zondag 10 december 2017

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS

Wij van de HBS heeft een ondertitel gekregen waar ik als ervaringsdeskundige volledig achter kan staan: Terug naar de beste school van Nederland. Niet alleen omdat ik mijn 5-jarige HBS-b opleiding op de Rijks HBS in Amersfoort heb mogen genieten, maar ook omdat ik in de loop der jaren via mijn kinderen en kleindochters heb kunnen zien hoe alles anders moest en niet bepaald beter werd. Maar ik zal ook de eerste zijn om toe te geven dat er ongetwijfeld sentimenten meespelen die maken dat ik niet geheel onbevooroordeeld over dit boek zal kunnen oordelen.
Natuurlijk moeten er wetenschappelijke eisen gesteld worden aan de informatie die gepresenteerd wordt over deze specifieke onderwijsvorm en aan de bewijzen die aangedragen worden over de kwaliteit van deze opleiding in vergelijking met andere vormen van voortgezet onderwijs. Maar minstens zo belangrijk is de leesbaarheid voor de geïnteresseerde leek of de oud-HBS'er die herinneringen wil ophalen. Aan beide voorwaarden is ruimschoots voldaan door de inbreng van de historicus Roelof Bouwman en de journalist Henk Steenhuis.


In het eerste hoofdstuk - Thorbecke heeft een plan (1863-1940): Van idee tot instituut maken we kennis met de staatsman Johan Rudolph Thorbecke en zijn overtuigingen en lezen we over de historische achtergronden die meespeelden bij het realiseren van deze nieuwe schoolvorm. Na een aarzelend begin bloeit de HBS op en maakt de verwachtingen van Thorbecke ruimschoots waar. Desondanks zal blijken dat de hogere burgerschool in 1940 zijn langste tijd gehad heeft.

In de hoofdstukken die volgen is er aandacht voor een breed scala aan onderwerpen. De Nobelprijswinnaars komen in beeld. Er is een voorbeeld van de examenopgaven uit 1963 en voor wie ze nog eens proberen wil, staan de antwoorden achterin het boek. De architectuur van de meestal monumentale gebouwen komt aan bod en hun huidige functie. De bewogen oorlogstijd, met bombardementen, de Jodenvervolging, opeisen van de gebouwen en ander onheil kon niet onbesproken blijven. In hoofdstuk 6 wordt een beeld gegeven van het extreem hoge niveau van de leraren, waarmee de kloof met de huidige praktijk van onbevoegde leraren door een tekort aan bekwaamd personeel wel heel pijnlijk duidelijk wordt. Dan is er nog een hoofdstuk met herinneringen van talloze bekende Nederlanders, gevonden in interviews of in hun geschriften. Hoofdstukken over de HBS in de literatuur en in Nederlands-Indië maken het beeld compleet.

In hoofdstuk 10 - Als jullie mij een lul vinden, moeten jullie het eerlijk zeggen: In de jaren zestig werd alles anders schetsen de auteurs de veranderende tijdsgeest in Nederland. Die is er mede de oorzaak van dat er een stevige bodem gelegd wordt onder de Mammoetwet, met als resultaat de uiteindelijke opheffing van de HBS. Niet alleen in naam, maar ook als onderwijsvorm.

Hoe dat kon gebeuren vatten de auteurs samen in hoofdstuk (12) - Van Instituut tot doelwit (1945-1968), Willem van Oranje in 1600-zoveel bij Dokkum vermoord. De Tweede Wereldoorlog heeft zijn sporen nagelaten in de maatschappij. Bij de naoorlogse kabinetten ontstaat een sfeer van Alles moet anders. Het burgerlijke, 19de eeuwse instituut van de Rijks HBS wordt daar één van de slachtoffers van. In dit hoofdstuk staan behalve de historische feiten die leiden tot de Mammoetwet en de vervanging van de HBS door andere schooltypen, ook vergelijkingen betreffende de kwaliteit van het onderwijs en de gevolgen die de verarming van de inhoud en het niveau van de huidige opleidingen voor onze maatschappij, maar ook voor de individuele leerling hebben.

De historische achtergrondverhalen zijn verhelderend, maar daarnaast heeft het boek nog meer te bieden. Ten eerste staat er na elk hoofdstuk een foto met interview van een bekende Nederlander die op de HBS zat. Leuk om te lezen, zeker als je weet wat er uiteindelijk van ze geworden is. Net als hun herkenbare opmerkingen over schoolfeesten of de houding van leraren en de hoeveelheid huiswerk.
Daarnaast vinden we in hoofdstuk 11 een Hall of fame: bekende HBS'ers op een rij. Vier dicht bedrukte pagina's met tientallen bekende namen, die een verholen gevoel van trots oproepen. Schrijvers, politici, kunstenaars, geleerden. Toch is het even slikken als er ook een naam tussen staat, die je liever niet gezien had: Mussert, Anton, ingenieur, leider NSB. 
En in het laatste hoofdstuk (13) staat een overzicht van alle scholen in 1967, kort voor de officiële opheffing van het instituut.

Het kan haast niet anders dan dat dit voor elke oud-HBS'er een heerlijk boek is om te lezen. De inhoud is interessant en bevat naast feiten ook herkenbare herinneringen en amusante anekdoten. De schrijfstijl is helder en maakt het boek vlot leesbaar. Ook aan de vormgeving is de nodige aandacht besteed. De vele zwart-wit foto's zijn een geslaagde aanvulling. Al speelt voor mij ook hier misschien een beetje vooringenomenheid mee: op de omslag staat een schoolfoto van de Rijks HBS in Amersfoort, met helemaal rechts onze directeur de heer Govers en links onze aardrijkskundeleraar de heer van Driel. De leerlingen ken ik  niet: ik kreeg een paar jaar eerder mijn diploma.

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS, terug naar de beste school van Nederland. Amsterdam, Meulenhoff, 2017. Geb., 271 pg., zwart-wit foto's, lit. opg. ISBN: 978-90-290-9131-2.

© Jannie Trouwborst, december 2017.


donderdag 23 november 2017

Rudi Hermans - De man van Marie

"De man van Marie staat om halfacht op. Hij hoeft geen wekker te zetten, elke dag is hij voor dat uur wakker. Toch blijft hij liggen tot het zijn tijd is. Oude gewoontes, ze houden zijn leven op orde. Hij kust Marie op haar schouder. Kil voelt die aan. Hij trekt haar dekbed hoger en slaat het zijne terug. Zijn vrouw is geen ochtend mens. Laat haar maar slapen, zo heeft hij het huis nog even voor zich alleen. Hij knipt het nachttafellampje niet aan, door een kier in de overgordijnen dringt al daglicht binnen."

Hoe de man van Marie heet, zullen we niet te weten komen. Opgesloten in zijn hoofd, zien we alleen wat zijn ogen zien en worden we geconfronteerd met zijn gevoelens en overwegingen. Zijn gedachten vliegen heen en weer tussen nu en vroeger. Het resulteert in een beklemmend verhaal.

Al vrij snel is hem duidelijk dat Marie in haar slaap is overleden. Het brengt de oude man uit zijn evenwicht. Hij weet niet goed wat te doen, probeert nog maar even vast te houden aan zijn vaste gewoontes en zijn aangeleerde gedrag: zorgen dat hij Marie niet boos maakt. Haar vernietigende blikken kan hij niet goed verdragen. Langzaam dringt het tot hem door dat hij niet meer zo krampachtig hoeft te leven: ze kan het immers allemaal niet meer zien en zal hem niet meer kleineren.
Opluchting en verdriet voeren een bittere strijd in zijn hoofd. Ooit waren ze een gelukkig paar, hij herinnert zich die tijd maar al te goed en verlangt er terug naar. Maar toen maakte hij een onvergeeflijke fout. Hij heeft er zo'n spijt en verdriet van. Marie heeft het hem nooit vergeven en zich voorgoed van hem afgekeerd. Niets kon hij nog doen om het goed te maken. Voor ons als lezers blijft het tot de laatste bladzijde onduidelijk wat dat geweest is. 

Spannend en beklemmend is het verhaal, maar het is meer dan dat. Het is zorgvuldig opgebouwd. Steeds een tipje van de sluier, steeds een kleine verwijzing naar wat de verwijdering tussen de man en Marie veroorzaakt kan hebben. Langzaam begint het tot de lezer door te dringen. En ook al klopt het vermoeden van wat er aan de hand was, het slotakkoord komt hard aan.
 
De novelle is het zonder meer waard om nogmaals gelezen te worden. Allereerst om te ontdekken hoe geraffineerd de aanwijzingen in het verhaal gedoseerd zijn. Hoe kennelijk losse gedachten (over bijvoorbeeld nestelende koolmeesjes in de tuin) allemaal te maken hebben met het hoofdthema. Maar daarnaast ook om volop te kunnen genieten van het prachtige taalgebruik. Een helder Nederlands, met een geweldige ritmiek. En vol klankrijm en alliteraties: schoonheid in de droefheid, een bijzondere combinatie die de beklemming af en toe wat verlicht.

Rudi Hermans (°1953) was literair recensent voor Het Belang van Limburg en redacteur bij het literaire tijdschrift Appel. Hij debuteerde in 1983 met de korte autobiografische roman Duizend dagen regen. Naast novellen en romans voor volwassenen publiceerde hij ook jeugdboeken, waaronder Thuiskomen en Uitgedaagd. Met de bundel Stuk Geluk debuteerde hij in 2005 als dichter. Rudi Hermans wordt geprezen voor de ambachtelijke liefde waarmee hij het Nederlands naar zijn hand zet, en voor de eerlijkheid waarmee hij, boek na boek, terugkeert naar dat vreemde en complexe fenomeen: familie.

Rudi Hermans - De man van Marie. Antwerpen, Manteau, 2017. Pb., 114 pg., ISBN: 978-90-223-3433-1.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

zaterdag 11 november 2017

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland

Thijs Feuth leert zijn vriendin Laura kennen tijdens een hardloopwedstrijd in Kenia. Er is meteen een klik tussen hen. Ze blijken meer gemeen te hebben dan het talent voor hardlopen: ze studeren beiden geneeskunde. Thijs in Nederland en Laura in Finland. Thijs, die zich al heel lang niet meer thuis voelt in Nederland, besluit bij Laura in Finland te gaan wonen en doet verwoede pogingen Fins te leren. In de afrondende fase van hun studie kiezen ze voor een stageperiode van 9 maanden in Lapland. Ze gaan er werken in een gezondheidscentrum in het afgelegen dorpje Posio.


Ik was erg benieuwd naar hoe het een Nederlander vergaat in een voor hem wezensvreemd land met een moeilijke taal. Ook naar het leven van dorpsbewoners in een van de noordelijkste en meest geïsoleerde delen van Finland was ik nieuwsgierig. Net als naar de natuur en zijn beleving van de seizoenen. Het komt allemaal ter sprake in dit autobiografische boek. Maar er is nog meer, veel meer, dat Thijs met zijn lezers wil delen. En daar gaat het mijns inziens een beetje mis.

Afwisselend maakt Thijs de lezer deelgenoot van zijn beleving van de natuur en de seizoenen in Lapland, van het reilen en zeilen in het gezondheidscentrum, van de problemen van de vooral oudere mensen die er komen, van zijn hardloop- en langlaufavonturen, van de ontwikkelingen in zijn verhouding met Laura, van zijn jeugdliefdes en puberproblemen. Daarnaast komen nog aan de beurt: de Finse mythologie en zijn pogingen via het schrijven te ontdekken hoe een goed leven er voor hem uit zou kunnen zien en of hij in staat is daar de juiste beslissingen over te nemen.

Het zal voor elke lezer anders zijn. Ik heb niets met hardlopen, maar ik vond het wel heel interessant een keer een uitgebreid verslag te lezen van de inspanningen en ontberingen, tactiek en vechtlust en de pijn die bij een marathon horen. Ook de ervaringen over hardlopen en langlaufen in de extreme kou en pakken sneeuw zijn het lezen waard. Zeker als ze geregeld vergezeld gaan van rake natuurbeschrijvingen. Maar de sportbelevenissen kwamen een beetje te vaak terug, zeker voor de marathons uit het verleden verloor ik al snel mijn interesse. Ook alle verhalen over de pubertijd en jeugdliefdes waren wat te uitgebreid naar mijn zin. Misschien was het schrijven daarover therapeutisch voor hemzelf, maar voor de lezer is het op een bepaald moment wel genoeg. Waar ik wel graag meer over gelezen had, was over zijn ervaringen met de Vrije School en het antroposofisch gedachtegoed. Hij gaat daar nogal over te keer, zonder dat de invloed daarvan op zijn levensloop duidelijk wordt. Misschien iets om in een volgend boek, als roman, uit te werken?

Naast de weergaloze natuurbeschrijvingen was het (voor mij) interessant te lezen over de Kalevala, het Finse nationale epos. Het werk werd samengesteld door de folklorist en arts Elias Lönnrot op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie. De eerste versie dateert uit 1835, de uiteindelijke uit 1849. Het epos is de hoeksteen van de Finse nationale identiteit. Het had invloed op tal van Finse kunstenaars, maar het is dankzij vertalingen in ruim vijftig talen ook buiten Finland bekend geworden. Met enige regelmaat brengt Thijs Feuth het ter sprake en gaat hij in op het ontstaan ervan. Achter in het boek staat een samenvatting van het verhaal en een opsomming van de hoofdpersonen. Soms betrekt hij het verhaal bij ontwikkelingen in zijn eigen leven. 

De gebeurtenissen in de rest van de wereld gaan aan Posio voorbij. Maar niet aan Thijs. Geschokt door de aanslag in Parijs op Charlie Hebdo gaat hij die avond naar het grote plein, om er net als elders in de wereld te protesteren. Hij is aanvankelijk verbijsterd dat hij de enige blijkt te zijn. Maar zo is het hier: er kunnen honderden bootvluchtelingen verdrinken, er kunnen nog meer mensen omkomen bij volgende aanslagen, Posio ligt achter de rug van God en heeft zijn eigen problemen op te lossen. Zoals het vertrek van jongeren en veraf gelegen voorzieningen, ouderdomskwalen als dementie en alcoholverslaving. Van extreme kou tijdens lange en donkere winters en korte zomers met nauwelijks duisternis, maar ook met een heldere sterrenhemel, het betoverende noorderlicht en een overweldigende natuur. 

Thijs Feuth weet dat hij hier wil blijven. Hij is verknocht aan het indrukwekkende landschap, leeft op in de rust en ruimte die hem omringt in plaatsen als deze. Maar Laura vindt het te stil, te ver, te afgelegen. Eigenlijk is dat de spanningsboog in dit boek: zullen ze samen blijven? Weet Thijs eindelijk wie hij is en wat hij wil? Durft hij een van de belangrijkste beslissingen van zijn leven te nemen? Doet Laura water bij de wijn of wil ze toch liever in de grote stad wonen en werken?

Al had het wat mij betreft allemaal best wat korter gemogen, ik heb toch wel genoten van dit boek. Lezen over de bewoners van Posio, de wisseling van de seizoenen, de beeldende beschrijvingen van de natuur, de geschiedenis van de Kalevala en de worsteling van Thijs en Laura: allemaal de moeite waard. En wie van marathonlopen houdt heeft nog een extra reden om dit boek te lezen. Smaken verschillen nu eenmaal.

Ik vraag me wel eens af of het ooit zal wennen, of de bewondering voor besneeuwde landschappen afneemt naarmate je langer in Lapland woont. Vanochtend, bij de ronde over de afdeling, wees een vrouw die al meer dan negentig winters in Posio heeft meegemaakt uit het raam naar de diamanten berkentakken, die fonkelden in de morgenzon. "Moet je zien", zei ze, "wat een pracht!" Die dag weigerde ze de pijnstillers die ik haar had voorgeschreven vanwege haar gebroken heup.

Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is schrijver en arts en marathonloper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam, promoveerde in Utrecht en werkt als arts in Finland. Zijn debuutroman Zwarte ogen verscheen in oktober 2015 bij De Arbeiderspers.

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland. Amsterdam, Arbeiderspers, 2017.  Pb., 269 pg., krt. isbn:978-90-295-1075-2.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

donderdag 2 november 2017

Corine Kisling - De Engelenbak

Pogingen iets van het leven te maken, het dagboek van Hendrik Groen, heb ik niet gelezen. Het eerste hoofdstuk werd aangeboden als voorproefje en sprak me totaal niet aan. Toen het eenmaal een bestseller was geworden en iedereen het "hilarisch" vond, wist ik zeker, dat het niets voor mij was. Intussen is het zo'n succes geworden dat er een tv-serie van gemaakt is. Daarvan heb ik inmiddels twee afleveringen gezien en die zijn me wel goed bevallen. Ik kan dus geen uitspraken doen over wat beter geslaagd is: het boek of de serie. Ik heb ook geen behoefte achteraf nog het boek te gaan lezen. Laat mij maar van de serie genieten, met fantastische acteurs!

Waarom deze lange inleiding bij een al wat ouder boek van Corine Kisling? Vanwege het thema, dat nauw verwant is aan dat uit het boek van Herman Groen: het leven in een verzorgingstehuis. Maar met een totaal andere uitwerking. Niets hilarisch aan, maar ook geen kommer en kwel. Ook in dit tehuis woont iemand die op eigenzinnige wijze probeert er nog wat van te maken en een directie die niet geheel functioneert zoals zou moeten. Wezenlijk anders zijn de aandacht voor de levensgeschiedenis van een van de hoofdpersonen, de rake, filosofische opmerkingen van een andere en het contact tussen jong en oud. Plus een vleugje mysterie, iets waar Corine Kisling graag mee speelt.

Het boek verscheen oorspronkelijk in 1994. Uiteraard bestaat het verzorgingstehuis van toen niet meer. Jana Kardoen is al 92 jaar, maar ze woont nog in haar eigen appartement in de laagbouw bij een flatgebouw met 5 verdiepingen waar de meeste (verwarde) bejaarden op gesloten afdelingen verblijven. Ook Olivier Cirkel (88) woont beneden, terwijl zijn vrouw Margot op de vijfde verdieping van "Het Tolhuis" verblijft. Of "Dolhuis", zoals hij zegt. Olivier en Janna trekken veel samen op en vragen zich af wie bepaalt of iemand naar wat zij noemen De Engelenbak, verhuizen moet. Meestal sterft de betreffende persoon daar binnen afzienbare tijd. Het zal toch niet zo zijn dat er daarbij een handje geholpen wordt? Zeker nu Margot daar ligt, maakt Meneer Cirkel (zoals Jana hem blijft noemen) zich grote zorgen.

Maar het verhaal gaat dieper dan de gebeurtenissen in het verzorgingstehuis. Stukje bij beetje komen we te weten hoe het leven van Jana verlopen is, van het moment waarop ze als veertienjarig meisje in dienst kwam van de Hama's: het gezin van een jeugdvriend van haar vader. Vanaf die dag heeft de familie haar leven bepaald en is haar eigen verhaal naar de achtergrond gedrongen. Nu, bijna tachtig jaar later vullen de Hama's nog steeds haar leven en duiken ze op in elke herinnering: flashbacks, die door een foto, een woord, een geur kunnen worden opgeroepen en niet altijd even welkom zijn. 

Ook in dit verzorgingstehuis zijn rare regels, zit de gemeenschapsruimte vol mopperende en zich vreemd gedragende medebewoners en worden de ouderen die nog helder van geest zijn, als onmondige kinderen behandeld. Maar Jana slaat zich er wel doorheen, helpt waar ze kan bij de verzorging van twee oude dames, waarover je je af gaat vragen welke band ze daarmee heeft. Meneer Cirkel brengt wat leven in de brouwerij en laat haar door zijn relativerende, cynische en filosofische opmerkingen glimlachen.

'Vrijheid is een vreemd begrip', zegt Cirkel. Het groeit of krimpt mee met het leven. Past zich aan in grandeur en décadence. Het ene moment is de wereld je huiskamer, het volgende moment is je huiskamer je wereld. Eerst beslis je nog over leven en dood, en dan word je beknibbeld op de klontjes suiker. Het lijkt hier wel Madurodam. Een mens heeft toch op z'n minst twee behoorlijke kamers nodig om zich een beetje thuis te kunnen voelen."

Op zijn initiatief organiseren de bewoners een feestelijke fancy-fair. Boris, een kleinzoon van één van de Hama's, zal er met zijn vrienden een film over maken. En meteen over het leven in een verzorgingstehuis: tot en met het lot van de bewoners op de bovenste verdieping. Het feest krijgt echter een grimmig einde, als Margot juist op die dag overlijdt.

Langzaam maar zeker vallen de puzzelstukjes uit Jana's verleden op zijn plaats en komen ook de herinneringen die ze liever verdrong, naar boven. Als ze de film ziet die Boris er met zijn vrienden van gemaakt heeft, begrijpt ze pas echt, met pijn in haar hart, hoezeer haar hele leven door de Hama's is bepaald. 

"Weer bepaalt het bloed van de Hama's haar leven op een beslissend moment. Tweeënnegentig is ze geworden, alleen maar om te constateren dat ze nooit van die familie zal loskomen sinds ze verkocht is onder een appelboom."

Een totaal ander boek dus dan het dagboek van Hendrik Groen. Wel een verzorgingstehuis, maar geen hilarische toestanden. Met een spannend verhaal over een bijzondere levensgeschiedenis en de mysteries die daarbij stukje bij beetje ontrafeld worden. Met milde humor en een relativerende kijk op de ouderdom. Voor mij is het geslaagd. En na 23 jaar nog steeds heel leesbaar.

Het boek zelf is alleen nog tweedehands te koop of als e-book. Maar ook bij de bibliotheek te leen als papieren exemplaar of als e-book.

Corine Kisling - De Engelenbak. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1994. (Oorspr. ISBN: 90-295-2595-9)  E-book: 9789029577007, april 2011.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

dinsdag 31 oktober 2017

Diane Broeckhoven - Niemand heeft het gedaan

Dat Diane Broeckhoven heel goed in staat is zich te verplaatsen in de gedachtenwereld van oude mensen heeft ze al bewezen met succesvolle romans als De buitenkant van meneer Jules (KLIK HIER) en De poppendokter (KLIK HIER). Met Niemand heeft het gedaan laat ze zien dat ze ook op overtuigende wijze in het hoofd van een kind kan kruipen.


Bonnie is zeven jaar als ze op een dag, nadat haar moeder haar naar school heeft gebracht, een gesprek opvangt tussen enkele andere moeders. "Lena doet het heel goed", zeggen ze. Ze begrijpt niet helemaal waarom ze dat over haar moeder zeggen. De vragen van andere kinderen (waarom heb jij geen vader?), haar eigen constatering dat haar moeder er zoveel jeugdiger uitziet dan de andere moeders en het rekenonderwijs doen haar langzaam beseffen dat haar moeder nog een schoolmeisje van 16 jaar was toen zijzelf geboren werd. Dat roept genoeg vragen op en haar moeder beantwoordt ze zo eerlijk mogelijk. Bonnie heeft er vrede mee en voor haar verandert er niets.
Zolang als ze zich kan herinneren woont ze met haar moeder in het kleine huisje achter Bonnies Boetiek, de winkel met tweedehands kinderkleding van Lena. Ze vindt het er heerlijk, ze doen alles samen in het huishouden en Bonnie slaapt altijd veilig bij haar moeder in bed. Oma en haar overgrootmoeder wonen in dezelfde straat en ze komen allen geregeld bij elkaar over de vloer. Bonnie groeit op in een vrouwenwereld en ze heeft geen enkele behoefte aan een vader.

Maar blijkbaar wel aan een denkbeeldig vriendinnetje: een meisje dat sprekend op haar lijkt en dat zo plotseling opduikt in haar leventje, dat ze er aanvankelijk erg van in de war raakt. Ze zegt dat ze Niemand heet en ze komt en gaat op de meest onverwachte momenten. Soms is ze er elke dag, dan weer tijden niet. Zolang Bonnie ergens over inzit of dingen niet begrijpt is Niemand in de buurt. Op den duur schrikt ze niet meer van Niemand, ze hoort er gewoon bij.

Door de ik-vorm van de vertelling zien we de wereld door de kinderogen van Bonnie. Wij vullen als volwassenen zelf in wat Bonnie niet begrijpt of ziet. Maar ook de uitspraken van haar denkbeeldige vriendinnetje Niemand komen via Bonnie bij de lezer. Bonnie lijkt een vrolijk naïef meisje, maar als Niemand op het toneel verschijnt verandert er iets. Niemand doorziet situaties eerder, stelt vragen aan Bonnie die haar wakker moeten schudden. Niemand verandert van een onschuldig vriendinnetje in een kleine onruststoker.

Dat wordt alleen maar erger, als er een man komt in het leven van haar moeder Lena. Het is een meester van de school van Bonnie. Ze mag hem graag, maar ze wil haar moeder niet met hem delen. Het duurt even voor ze begrijpt dat ze ruimte voor hem zal moeten maken, ook al gaan de volwassenen daar heel begripvol mee om. Prachtig hoe Diane Broeckhoven die tegenstrijdige gevoelens laat doorklinken in de woorden van Bonnie en van Niemand. Het is een weergave van het gevecht in het hoofd van het kind. Het is een ongelooflijk spannend gevecht. Heel langzaam wordt de toekomst met z'n drieën opgebouwd. Soms lijkt Bonnie er vrede mee te hebben, maar dan komt Niemand weer op de proppen met haar doemscenario's. Met angstige voorgevoelens sla je de laatste bladzijden om. Wie zal er winnen? En met welke gevolgen?

Diane Broeckhoven - Niemand heeft het gedaan. Antwerpen, Vrijdag, 2017. Pb., 135 pg., ISBN:978-94-6001-585-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

donderdag 19 oktober 2017

Sanneke van Hassel - Stille grond


Landa en Johannes, de twee hoofdpersonen uit de roman Stille grond van Sanneke van Hassel, lijken uit twee totaal verschillende werelden te komen. Zij woont met haar man Leon en pas geboren dochtertje Cato in het luxe appartementencomplex Domus Aurea en kijkt (letterlijk en figuurlijk) neer op de rommelige opvang voor kwetsbare mensen waar Johannes werkt: Smallenburg. Landa zou het liefst willen dat de opvang verdwijnt, zodat er een parkje met speelgelegenheid voor kinderen kan komen. Johannes is gehecht aan de plek en hoopt na vele verhuizingen nu eindelijk een plek gevonden te hebben voor zijn cliënten waar ze voor langere tijd kunnen blijven. Om ze nog meer zinvolle bezigheden te kunnen bieden, is hij een moestuin begonnen bij de opvang. Maar ook omdat het hem herinnert aan zijn jeugd in het landelijke Noord-Holland.

Landa is nog erg onzeker over haar moederschap. Ze heeft niemand om op terug te vallen. Haar man is druk met zijn werk, terwijl zij het hare kwijtgeraakt is door de crisis kort nadat ze vertelde dat ze zwanger was. Haar moeder is sinds het overlijden van Landa's vader snel achteruit gegaan, lijkt haar dochter niet meer te kennen en is niet geïnteresseerd in haar kleinkind. Aan haar twee vriendinnen heeft ze ook niets. Een nieuwe baan vinden blijkt niet zo gemakkelijk en al is ze blij met haar dochter, de invulling van haar dagen ervaart ze al snel als weinig zinvol. Zeker als Leon voor een goede oppas zorgt, zodat ze haar handen vrij heeft om te "netwerken" zoals hij zegt. Alleen... ze heeft helemaal geen netwerk. Cato en de oppas kunnen het prima vinden, Landa voelt zich steeds overbodiger als ze doelloos rondjes rijdt door Rotterdam of ergens in een café op haar laptop naar vacatures zoekt. Eigenlijk is het dan geen wonder meer dat ze zich met verbetenheid stort op haar idee van een parkje op de plek van de opvang Smallenburg. Ze is bereid daarvoor heel ver te gaan.

Johannes heeft ook niemand. Zijn ouders leven niet meer en zijn zus woont ver weg. Streng opgevoed in een religieus milieu door een hardhandige vader koos hij er al snel voor het huis te verlaten en een opleiding te volgen tot sociaal werker. Op veel plekken heeft hij gewerkt en meegemaakt dat de regels hoe om te gaan met kwetsbare mensen steeds veranderden. Hij verbaast hem, hij heeft zich er maar bij neergelegd, al kan hij niet wennen aan het idee dat er steeds minder begrip is voor de medemens die het om wat voor reden dan ook niet redt in de huidige samenleving Ook kan hij niet goed omgaan met de enorme bureaucratie, vergaderfrequentie en de politieke spelletjes die nodig zijn om de opvang in stand te houden. Tot aan fraude in zijn administratie toe.

Om en om krijgen Johannes en Landa het woord in de roman. Ze komen echter nauwelijks met elkaar in contact. En hoewel ze tegenstrijdige belangen hebben, hebben ze veel meer gemeen dan ze ooit zullen beseffen. Beiden hadden een liefdeloze jeugd met een tekort aan aandacht. Beiden hunkeren naar een zinvol bestaan, een ideaal om voor te vechten. Johannes begint uitgeblust te raken, Landa voelt zich overbodig en niet gezien.

Dat stille stukje grond daar beneden aan de flat wordt de inzet van een conflict, door Landa in gang gezet. In een parkje zal ze andere moeders spreken, kunnen buurtfeesten gehouden worden, zal ze eindelijk contacten opdoen. De buren in de flat, die nu nog zo afstandelijk zijn, zullen haar dankbaar zijn. Elk wissewasje grijpt ze aan om Smallenburg en haar bewoners in diskrediet te brengen. Op vergaderingen probeert Johannes zich te verdedigen. Het gaat haar niet snel genoeg. Ze besluit  een rechts-populistische partij in te schakelen en gaat uiteindelijk over tot een wel erg riskante actie.
Ook op Johannes begint de eenzaamheid te drukken. Hij koos het vak om mensen te redden, op het goede spoor te zetten, dat lukt nog nauwelijks. Maar dan verschijnt er ineens iemand bij de opvang die hem uit zijn moedeloosheid haalt. Ook zijn daden worden riskant.

Komt er een winnaar uit deze symbolische strijd? Niet echt, er zijn wel veel slachtoffers. Het leven van Landa of Johannes is er niet wezenlijk door veranderd. Een oprisping in beider bestaan, meer zal het uiteindelijk niet blijken te zijn.

Veel bewondering heb ik voor de uitwerking van de karakters van zowel de hoofd- als bijfiguren in deze roman. Levensechte mensen komen tevoorschijn door de opmerkingen die ze maken en de manier waarop ze zich gedragen. Ze hoeven nauwelijks meer beschreven te worden: je ziet ze meteen voor je: de bemoeizuchtige, egocentrische "vriendin" Cleo, de rechts-populistische Jos de Palm, Mama Martina, de warme kokkin van Smallenburg en vele anderen. Een bonte stoet. In een grote stad die neergezet wordt zoals ze is: lawaaiig, druk en overvol. En zo zal blijven, ook als Johannes en Landa vertrokken zijn en het stukje Stille grond een andere bestemming krijgt.

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 1971) is tot nog toe vooral bekend als auteur van verhalenbundels. Ze beheerst dit genre dan ook zo goed dat ze er al meerdere prijzen mee in de wacht sleepte. Na haar debuut IJsregen (2005) verschenen Witte veder (2007), Ezels (2012) en Hier blijf ik (2014). Als enthousiast pleitbezorger van het korte verhaal stelde ze met Annelies Verbeke de bundel Naar de stad (2012) samen: een bloemlezing met hedendaagse korte verhalen uit de hele wereld. Stille grond is haar tweede roman. In 2010 verscheen haar eerste roman Nest (KLIK HIER).

Sanneke van Hassel - Stille grond. Amsterdam, Bezige Bij, 2017. Pb., 220 pg., isbn:978-90-234-5427-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

zondag 15 oktober 2017

Bettie Elias - De lege schommel

Azmi, een Syrische jongen van 11, moet samen met zijn zusje Rasha (4) en zijn ouders Aleppo ontvluchten. Een groot deel van de stad is platgebombardeerd, een nieuw offensief is aangekondigd en dat zal op hun wijk gericht zijn. Het afscheid van de grootouders en de rest van de familie is moeilijk en verdrietig. Te voet trekken ze door de bergen van Turkije naar de oever van de Middellandse Zee. Van daar brengen mensensmokkelaars hen met een gammele boot naar Italië. Uiteindelijk belanden ze in Brussel in een asielzoekerscentrum en moeten ze wachten op een verblijfsvergunning. Ondertussen leren ze de taal en Azmi gaat naar school. Hier zijn ze veilig, maar of dat ook echt zo voelt? 


Het perspectief van dit uitstekend gecomponeerde verhaal, ligt bij Azmi. Een must voor een dergelijk jeugdboek. Het stelt kinderen gemakkelijker in staat zich met de hoofdpersoon te vereenzelvigen en zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. En dat is niet niks!
Hoewel het verhaal chronologisch verteld wordt, lezen we in flash-backs ook over het leven van voor de vlucht. Hoe jongens van zijn leeftijd het ook allemaal wel spannend vinden en (in de ogen van volwassenen) gevaarlijke dingen doen. Hoe ze van de nood een deugd maken en zwemmen in het regenwater in de bomkraters die in de wijk een van de weinige mogelijkheden bieden om even plezier te hebben. Maar ook hoe ze geconfronteerd worden met dode mensen en immens verdriet en angst.

Het echte verhaal begint aan de oever van de Middellandse Zee. Azmi laat zich graag geruststellen door zijn ouders en speelt de grote broer voor zijn zusje, maar het ontgaat hem niet hoe zijn ouders zich groot proberen te houden. De dagenlange tocht over zee is beeldend beschreven: honger en dorst, storm en onweer, verzengende hitte, ruzie op een veel te kleine, gevaarlijke boot. Ook de opvang in Italië, waar ze niemand verstaan en opgesloten worden zonder te begrijpen waarom en wat er gaat gebeuren, maakt goed duidelijk wat het betekent voortdurend in onzekerheid te verkeren en je af te moeten vragen of het ooit nog goed komt. Terwijl teruggaan ook geen optie meer is: alle bezittingen zitten in enkele plastic tasjes, alles van waarde is verkocht om de smokkelaars te betalen en van het huis is niets meer over.

Eenmaal in Brussel in het asielzoekerscentrum zijn er weer andere problemen. Ze moeten een kleine kamer (6 bij 6 meter) delen met een jong echtpaar. Het valt niet mee, zo op elkaars lip te moeten leven. Azmi mag naar school, leert de taal en probeert nieuwe vrienden te maken. Dat is lastig. Hij heeft heimwee naar het Aleppo van voor de oorlog. Alles is zo anders, hij begrijpt de taal nog niet goed genoeg. Hij mist zijn beste vriend Roni. Niet elk kind is bereid hem een beetje te helpen. Hij heeft heel vaak zware hoofdpijn en nachtmerries. Daarvoor bezoekt hij de psychologe van het asielzoekerscentrum. Maar praten kan hij niet, hij tekent liever. Pas na maanden vertrouwt hij haar genoeg om zijn verhaal over Roni te delen. En dat omhelst heel wat meer dan het gemis van een vriend.

Langzaamaan raakt hij "ingeburgerd". In klas krijgt hij vrienden. Mede dankzij de meester tonen de andere kinderen belangstelling voor zijn verhaal en achtergrond. Ook in het asielzoekerscentrum maakt hij een nieuwe vriend: een jongen van zijn leeftijd die alleen de overtocht maakte, omdat zijn ouders geen geld genoeg hadden om het hele gezin te laten vertrekken. En die zijn familie ontzettend mist.
Na een jaar in onzekerheid  breekt de dag aan waarop ze te horen zullen krijgen of ze mogen blijven. Niet lang daarvoor maken ze nog de dramatische uitzetting mee van een Afghaan. Spanning tot de laatste bladzijde dus.

In dit jeugdboek weet Bettie Elias de gebeurtenissen die het leven van een vluchtelingenkind voor de rest van zijn leven zullen tekenen op een spannende en tegelijkertijd gevoelige manier te beschrijven. Het zal kinderen vanaf een jaar of tien geen enkele moeite kosten zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. Het boek geeft schrijnende details, maar is nergens echt gruwelijk. Het gaat niet alleen over afscheid nemen en vluchten, maar ook over vriendschap. Kinderen die zich realiseren dat dit niet zomaar een verhaal is, maar dat het allemaal in het echt ook zo gebeurt, zullen eerder bereid zijn hun klasgenootje uit een ander land de helpende hand toe te steken.

Bettie Elias (Hasselt, 1953) schreef al veel meer levensechte en boeiende verhalen voor kinderen, waarbij ze belangrijke thema's aankaart en waarmee ze al viermaal de Boekenwelp won en vijfmaal een bekroning kreeg van de Kinder- en Jeugdjury. Verschillende boeken werden vertaald naar het Duits, Engels, Frans en Deens.

Bettie Elias - De lege schommel. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Pb., 174 pg., isbn:978-90-5908-873-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.