maandag 12 februari 2018

Paul Rem - Anna Paulowna, kleurrijke koningin

In de winter van 2016 bezochten we het Spoorwegmuseum in Utrecht. Het leek in niets meer op het saaie museum dat ik ooit als kind met mijn bij de Spoorwegen werkende vader bezocht. Het is getransformeerd in een levendig museum, dat zeker ook bij kinderen in de smaak zal vallen. Een verslag van ons bezoek vind je HIER.

Voor mij was één van de hoogtepunten de luxe treinwagon van Koningin Anna Paulowna, de vrouw van Koning Willem II. We mochten allemaal (zo'n 12 personen) plaatsnemen in het Koninklijke Rijtuig op de met blauw fluweel beklede banken en in de fauteuils. Aan de hand van veel mooi uitvergrote foto's vertelde een vlotte museumgids ons het verhaal van Anna Paulowna en haar rijtuig. Zelfs de kinderen luisterden geboeid en uit de vragen die ze stelden bleek dat ze het goed konden volgen.

Weer thuis probeerde ik meer informatie over deze voor mij redelijk onbekende koningin te vinden. Uiteraard hebben we daar Wikipedia voor, maar ik hoopte op een boek. Die waren er nauwelijks. Wel ontdekte ik dat er gewerkt werd aan een tentoonstelling over haar leven in Paleis Het Loo in het najaar van 2016. Ik besloot daar maar op te wachten.
Maar zoals dat vaker gebeurt terwijl je druk bent met allerlei andere zaken: ik vergat het weer en nu is het te laat: de tentoonstelling is allang afgelopen.

Enkele weken geleden zag ik in de Nieuwsbrief van De Leesclub van Alles de aankondiging van een recensie over het boek Anna Paulowna, een kleurrijke Romanov aan het Nederlandse hof, dat bij deze tentoonstelling geschreven werd door Paul Rem (KLIK HIER). Daaruit bleek dat het niet alleen een mooi uitgegeven boek was, zoals je van Waanders kunt verwachten, met heel veel foto's van de tentoongestelde voorwerpen, maar ook een vlot geschreven verhaal over deze aparte koningin. Die het feit dat ze een telg was van het Russische keizerlijke Huis Romanov belangrijker achtte voor haar aanzien, dan het feit dat ze koningin der Nederlanden was.

Op een heel toegankelijke manier beschrijft Paul Rem haar hele leven. We lezen over de achtergronden van dit huwelijk, over de relatie tussen de echtelieden, het verdriet om het verlies van kinderen en tenslotte ook haar echtgenoot. Maar ook haar exorbitante smaak en hang naar luxe. Het is goed mogelijk je een beeld van deze vorstin te vormen, mede door de grote hoeveelheid brieven die er van haar bewaard zijn gebleven en die Paul Rem hier en daar aanhaalt.

Het is geen complete biografie, ook geen historische roman, maar Anna Paulowna (1795-1865) komt zo toch echt wel een stuk dichterbij. In onze geschiedschrijving bleef ze altijd een beetje in de schaduw. Tijdens haar leven zorgde ze er juist voor dat ze haar glansrol kon spelen. Op haar tijdgenoten maakte ze een onuitwisbare indruk.

Mijn nieuwsgierigheid naar haar persoon is met dit boek voldoende bevredigd. Al sluit ik niet uit, dat als er ooit nog eens een (leesbare) biografie of een historische roman over haar leven verschijnt, ik die ook graag zal lezen. Maar het besef dat Koning Willem Alexander afstamt van een Russische Grootvorstin, daar was ik me eigenlijk nooit zo van bewust. Dat maakt dat biertje met Poetin tijdens de Olympische Spelen ineens een stuk begrijpelijker. Of juist niet?

Paul Rem - Anna Paulowna, een kleurrijke Romanov aan het Nederlandse hof. Zwolle, Waanders - Apeldoorn, Paleis Het Loo, 2016. Uitg. ter gelegenheid van de tentoonstelling Anna Paulowna, kleurrijke koningin. Met lit. opg., reg.. 128 pg, kleurenfoto's. ISBN:978-94-6262-098-8.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.

N.B. Het boek is te leen via de bibliotheek.

zaterdag 10 februari 2018

Andreas Oosthoek - Witheet nadert de ijsberg

Wie schrijft, die blijft, luidt het gezegde. Niet altijd is dat waar: van sommige bestsellerauteurs horen we nooit meer iets en hun boeken zijn na een aantal jaar vergeten. Dan zijn er de kundige volhouders, die met enige regelmaat een geslaagde titel aan hun oeuvre toevoegen. Maar er is nog een heel speciale, derde categorie. Daartoe behoren de Zeeuwse Andreas Oosthoek en Rinus Spruit. Ze schreven wel, maar voelden niet de behoefte er mee naar buiten te treden. Totdat ze, eenmaal op leeftijd gekomen, hun geschriften herontdekten. Op stoffige zolders of in lang niet geopende bureauladen en zij begrepen of voelden dat hun verhalen het waard waren verteld te worden aan latere generaties. Dankzij uitgeverij Cossee zagen zo hun (deels autobiografische) romans het licht.

Ik heb het over de Rietdekker, Een dag om aan de balk te spijkeren (KLIK HIER) en Broeder schrijf toch eens (KLIK HIER) van Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) en Het relaas van Solle (KLIK HIER) en Vuurland (KLIK HIER) van Andreas Oosthoek (Nieuwdorp, 1942). Cossee gaf al deze boeken uit tussen 2009 en 2017. Van Spruit was nog niet eerder iets verschenen, van Oosthoek, voormalig hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant wel: de poëziebundel De bladen terug (1987) en enkele andere bibliofiele bundels. Na het succes van Vuurland (2016) en Het relaas van Solle (2015) wist Cossee hem over te halen ook zijn poëzie uit te geven. 

In het interview achter in het boek merkt Oosthoek op dat hij het niet eens is met de ondertitel van de dikke, gebonden bundel van 277 pagina's. Bij "Verzamelde gedichten" denk je in de eerste plaats aan alles wat de dichter ooit geschreven heeft. Dat is hier niet het geval. Het gaat om een keuze, er is nog veel meer. Het zijn voornamelijk gedichten van tussen 1959 en 2017.
Wie Vuurland en Het relaas van Solle gelezen heeft, herkent de thema's en verhalen uit die boeken. Het verloren gewaande manuscript van Het relaas van Solle werd geschreven in 1974 en Vuurland dateert oorspronkelijk uit 1965, kort na zijn vertrek bij de identificatiedienst, als afscheid van die hectische en soms slopende periode van zijn jeugd. Een aangrijpend verhaal over een voor velen nog onbekend onderdeel van het Nederlandse leger, waarbij dienstplichtige soldaten de overblijfselen van gesneuvelde soldaten van alle nationaliteiten moesten veiligstellen, identificeren en herbegraven op een centrale begraafplaats of overdragen aan familieleden. Een uiterst zware taak, waartegen niet iedereen opgewassen was.

De bundel is niet chronologisch samengesteld, maar bestaat uit 8 thematische delen. Het verband met de beide romans is soms duidelijk: In deel II Landelijk vertier & een beetje stad wordt het Zeeuwse land rond zijn ouderlijk huis beschreven, zijn jeugd daar, de vreugde en schoonheid van het landelijk leven, maar ook hier en daar de Franse steden. Herkenbaar is het duidelijke verband met Het relaas van Solle. Dat deel VII Vuurland verband houdt met zijn andere roman spreekt voor zich. De compacte vorm van een gedicht over dezelfde gebeurtenissen als in het proza van de roman maakt het bij de lezer opgeroepen gevoel nog intenser.

Zo'n dikke dichtbundel lees je niet in korte tijd uit. Het is voor mij dan ook niet mogelijk de gehele bundel te bespreken. Ik heb mij beperkt tot Vuurland en daar de overtuiging uit geput dat er nog genoeg over blijft om van te genieten en te bewonderen. Een citaat daaruit ter illustratie. Ook zonder het lezen van Vuurland zijn de gedichten goed te begrijpen, maar ik kan me zo voorstellen, dat het lezen van de bundel ook aan kan zetten tot het lezen van de romans. Andreas Oosthoek zelf zegt, dat er voor hem geen onderscheid is tussen proza en poëzie.
De bundel sluit af met Aantekeningen bij sommige van de gedichten, de beantwoording van een aantal vragen aan de dichter opgetekend door de uitgever en een verantwoording van de keuze.

Unbekannter Soldat

Zeventien was hij en is hij - doodstil en
scheef gezakt - gebleven, al jaren op een
hoopje, steeds brozer, brosser, en wat lichter
in het leven, nog goed verzorgd: zo fraai
bewaard de bajonet in blanke olie en alle
bleke kootjes netjes in de wollen wanten.

Te laat had hij geleerd dat zeeën grijs en 
groen en al te zelden blauw zijn, de bomen
rood en wolken niet van rulle sneeuw, te
laat geleerd dat vroeger alles beter was,
vooral de toekomst: Gott mit uns en met
de lamme leden, de krampen in het kruis.

Zijn troep zwaaide waanzinnig met een
witte vlag die viel waar hij gevallen was.

Andreas Oosthoek - Witheet nadert de ijsberg, verzamelde gedichten. Amsterdam, Cossee, 2018. Geb.,  277 pg., isbn:978-90-5936-757-9.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.

woensdag 31 januari 2018

Elke Geurts - Ik nog wel van jou

Met het werk van Elke Geurts (1973) maakte ik kennis via de roman De weg naar zee (2013). Ik was erg onder de indruk van het aangrijpende verhaal over de eenzaamheid van een jonge moeder van een verstandelijk beperkt dochtertje in een maatschappij die daar weinig begrip voor heeft. Haar vertelstijl sloeg meteen aan: geen woord teveel, alle ruimte voor de lezer om zelf in te vullen welke gevoelens meespelen in de dramatische afloop. (Mijn recensie vind je HIER). Ook haar verhalenbundels mogen er zijn: Het besluit van Dola Korstjens (2008), Lastmens (2010) en Lastmens & andere verhalen (2015). Al haar boeken werden voor belangrijke literaire prijzen genomineerd.


Jarenlang hield Elke Geurts een weblog bij onder de titel Elke dag. Ik las het graag. En hoewel je er nooit blindelings van uit mag gaan dat een schrijver in een weblog de waarheid vertelt, werd ik sluipenderwijs het verhaal ingetrokken dat uiteindelijk via de columns in Trouw naar buiten kwam en dat verwerkt is in de autobiografische roman Ik nog wel van jou. Het weblog stopte en sinds kort staan de columns van Trouw ook op de site van de uitgever Lebowski. Ik vroeg me af of het boek me met deze voorkennis nog wel zou kunnen boeien. Dat bleek alleszins mee te vallen.

Waar gaat het over? Na vierentwintig jaar het leven met E. gedeeld te hebben, laat Man haar weten dat hij weg wil omdat hij niet meer van haar houdt. Zij schrikt er enorm van, gelooft het niet echt en blijft hopen dat het weer goed zal komen. Meer dan een jaar duurt het proces van twijfel, afstand nemen, toenadering zoeken, nieuwe omgangsvormen vinden, bemiddeling inschakelen en vooral van hoop van de zijde van E. "Ik hoopte hem terug te schrijven in ons leven, om weer een compleet gezin te vormen met onze beide meisjes". Maar hoezeer ze haar best ook doet, ze moet met het onvermijdelijke leren omgaan.

De vertelstijl is net zo bijzonder als in haar eerdere werk. Niet altijd is direct duidelijk wat ze fantaseert en wat echt gebeurt. Heel typerend zijn de momenten waarin ze zichzelf aanduidt met "de vrouw" of "zij". Het zijn de ogenblikken waarin ze zichzelf niet meer herkent, zozeer wringt ze zich in allerlei bochten om het tij te keren. Als ik de inhoud vergelijk met wat ik me herinner uit het weblog-dagboek valt me op dat de meisjes (6 en 10 jaar ongeveer) een iets bescheidener rol hebben gekregen. Hun verdriet, onbegrip en verwerking komt zeker aan bod, maar minder prominent. Misschien om ze te beschermen tegen de buitenwereld die meeleest. Heel begrijpelijk. In het dagboek waren dat vaak de passages die mij het meest raakten.

Het boek is bepaald geen verzameling columns of dagboekaantekeningen: de schrijfster speelt afgewogen met de chronologie. Er zijn voldoende flashbacks om ook de achtergronden van Man en E. en het verloop van de twintig jaar voor het "nulmoment" te leren kennen. Tegelijkertijd is het een verslag van een slopende en slepende echtscheidingsprocedure. Met alle onzekerheden, hoop, verdriet, woede, rouw, onbegrip, liefde en haat die daarbij horen. Heel navoelbaar, maar zonder zelfbeklag en vooral niet bedoeld als leidraad voor wie iets dergelijks overkomt. Als er iets duidelijk wordt in deze roman, dan is het wel dat elk mens uniek is, dat elke relatie uniek is en dat uiteraard elke scheiding dat ook is. Het is een compleet verhaal geworden, met een einde dat op berusting lijkt te wijzen, maar dat tegelijkertijd een schrijnend gemis toont.  Een verhaal dat naar haar overtuiging ook heel anders had kunnen lopen, dat niet zo had hoeven te eindigen.

Wat een bijzondere prestatie om op deze manier een persoonlijk drama om te zetten in literatuur. Het komt wel goed met Elke Geurts.
Overigens: ook de prachtige symbolische omslag verdient een compliment!

Elke Geurts - Ik nog wel van jou. Amsterdam. Lebowski. 2017. Pb., 254 pg., isbn:978-90-488-3533-1.

© Jannie Trouwborst, januari 2018.

maandag 15 januari 2018

Margareta Magnusson - Opruimen voor je doodgaat

Gechoqueerd door de titel van dit boekje? Dat is nergens voor nodig. Met de nodige humor en veel praktisch inzicht beschrijft Margareta Magnusson hoe je je op een goede manier kunt voorbereiden op het onvermijdelijke: door bijtijds te beginnen met opruimen van alles wat je een leven lang verzameld hebt, om te voorkomen dat je je nabestaanden opzadelt met een taak waar ze geen weg mee weten en vaak ook geen tijd voor hebben. Maar ook om achteraf te inventariseren wat echt belangrijk was in  je leven. Zelf is ze nu "tussen de 80 en 100", maar beginnen rond je 65ste is het meest ideaal, stelt ze. Je hebt dan (hopelijk) nog voldoende tijd om het traject langzaam en heel bewust te doorlopen.


Door de overweldigende hoeveelheid spullen die de huidige generaties zich kunnen veroorloven en dus ook aanschaffen is er een nieuwe beroepsgroep ontstaan: opruimcoaches en in het kielzog daarvan kennen we inmiddels ook opruimgoeroes, zoals Marie Kondo. Ieder van hen heeft haar eigen overtuigingen, aanpak en werkwijze. Er is zelfs een heuse opleiding voor!

Pas toen ik het boekje van Margareta Magnusson las, begreep ik dat er geen algemeen geldige regels te geven zijn voor de manier waarop mensen zouden moeten "ontspullen", zoals het tegenwoordig heet. Het is niet alleen een kwestie van verschil van karakter dat de een zweert bij de Japanse Marie Kondo en de ander bij één van de vele opruimcoaches die ons land telt. Wat vergeten wordt bij de algemene opruimadviezen zijn de generatieverschillen. 

Net als de schrijfster heb ik inmiddels meegeholpen met het opruimen van de spullen van mijn grootouders, schoonouders en ouders. Zij waren van de generatie die zuinig was op hun spullen en er duurzaam mee omging en van alles bewaarde, omdat het misschien ooit nog eens van pas kwam. Er was dus heel wat uit te zoeken voor ons en te bepalen wat er mee moest gebeuren. Ook ontstond er gemakkelijk verschil van mening over wat er met bepaalde zaken moest gebeuren. En dan de foto's, boeken, papieren en persoonlijke zaken: allemaal dingen die zorgvuldig uitgezocht moesten worden. Ik ben er nog steeds niet klaar mee... Daar wil ik dus mijn kinderen niet mee opzadelen.

Ook ik weet niet waar te beginnen, maar aan de adviezen van de huidige generatie opruimcoaches heb ik niets. Ik heb geen overvolle kledingkast, mijn keukeninventaris is praktisch en beperkt. Het aantal prulletjes valt ontzettend mee, speelgoed is er net genoeg om de kleinkinderen een dagje zoet te houden, net als een aantal bordspelletjes en puzzels. Waar ik veel te veel van heb is van papier: boeken, tijdschriftjaargangen, wandelkaarten, toeristische informatie, administratie, foto's, brieven, dagboeken, ansichtkaarten en postzegels. Voor de suikerzakjes heb ik inmiddels een goede bestemming gevonden.

Maar nu heb ik een generatiegenoot gevonden die me de hand reikt en op een nuchtere manier de weg wijst in de chaos die me verlamt. Eén aspect uit haar boekje kwam ik nog nergens tegen: neem er de tijd voor: het hoeft niet snel, laat je niet opjagen, maar ga wel door. Als ik mijn troep overzie, dan zou ik er snel vanaf willen, zien dat ik vorderingen maak, maar ik weet ook dat dat een illusie is. Op deze leeftijd neem je namelijk niet alleen afscheid van willekeurige, overbodige spullen, maar ook van het leven dat achter je ligt. Langzaam opruimen helpt je dat te overzien en er vrede mee te hebben, dat het onvermijdelijke eraan zit te komen. Dat is niet triest of iets om somber over te zijn, het is eigenlijk een stoïcijns standpunt. Echt genieten van de tijd die je nog gegeven is, kan alleen als je beseft dat die nu echt bijna op is. En als je dan door je spullen gaat, weggeeft wat anderen graag ontvangen, pijnlijke herinneringen afsluit, fijne omarmt en zorgt dat je kinderen niet teveel werk hebben aan het opruimen van de rest of ruzie krijgen over de nalatenschap, dan kun je in alle rust genieten van je laatste levensjaren. Dat is toch mooi?

Margareta Magnusson - Opruimen voor je doodgaat: De edele Zweedse kunst van döstädning. Vert. door Nico Groen. Amsterdam, De Bezige Bij, 2017. Geb., 144 pg., ISBN:978-90-234-5079-5.

© Jannie Trouwborst, januari 2018

vrijdag 29 december 2017

Een terugblik en vooruit kijken

Ik heb al heel wat mooie en uitgebreide jaaroverzichten voorbij zien komen. Ik zal het sober houden. Veel meer dan de boeken die je op mijn blog kunt vinden, las ik niet. Wel was ik graag bezig met #WOT (KLIK HIER) en #SG (KLIK HIER) : verhaaltjes over respectievelijk willekeurige woorden en over spreekwoorden en gezegden. Daarnaast schreef ik af en toe op mijn Wandelblog (KLIK HIER). En beantwoordde ik op dit Boekenblog ook de vragen over lezen en boeken via #50books (KLIK HIER).

De terugblik

Wat is er terecht gekomen van de plannen die ik vorig jaar aankondigde in het laatste blog van 2017? Het is nogal een teleurstelling geworden en daar heb ik een heel dubbel gevoel over, ook al heb ik mezelf weinig te verwijten. Dat moet dus anders het komende jaar.

Zo nam ik me voor de aandacht voor mijn vele hobby's over vier kwartalen te verdelen en de focus elk kwartaal bij een andere bezigheid te leggen. Een hele praktische en werkbare manier, leek me. Voor het eerste kwartaal was dat lezen en schrijven: boekrecensies en daarnaast stukjes voor de Spreekwoordenrubriek van CARL, WriteOnThursday van MARTHA en de #50books vraag, ook van MARTHA. Zeker wat dat eerste kwartaal betreft, kan ik zeggen dat het lukte en dat ik er plezier in had.

In het tweede kwartaal lag de focus meer op fotograferen en wandelen. Hoewel ik vooraf ook stelde niet van challenges te houden, liet ik me toch verleiden te proberen dit jaar 1000 km bij elkaar te wandelen. Dat is zo'n 20 km per week: het zou voor ons geen probleem moeten zijn. In het tweede kwartaal ging dat redelijk goed en wie wandelt fotografeert, dus ook daar zijn we mee aan de slag geweest.

Voor de overige kwartalen wilde ik dus de focus weer verleggen, maar naar wat, wanneer en hoe? Daar bestonden vooraf nog geen vaste plannen voor. Ik kan alleen achteraf concluderen dat lezen en schrijven een groot deel van het jaar een rol zijn blijven spelen. In elk geval wat betreft de recensies. Na het derde kwartaal ben ik met de extra schrijfoefeningen gestopt. Soms word je er nu eenmaal mee geconfronteerd, dat plannen maken nog niet wil zeggen dat je ook zonder problemen de kans krijgt ze uit te voeren.

Ook de 1000 km wandelen zouden we niet halen. Gezondheid is nu eenmaal een onzekere factor in elke planning. Door allerlei vervelende omstandigheden in het laatste half jaar zijn we nu uiteindelijk in de buurt van de 900 km gestrand. Van fotograferen kwam ook weinig meer, de zin erin ontbrak. Hetzelfde gold voor mijn andere hobby's. Lezen en schrijven bleven over, al was het soms moeilijk mezelf te dwingen tot het schrijven van een recensie. Maar eenmaal bezig gaf het een hoop welkome afleiding.
Juist de afleiding die ik zo goed kon gebruiken vond ik ook via 750words.com. Een site waarop NIEK mij attent maakte. Elke dag een stukje schrijven van minstens 750 woorden over zaken die je bezighouden: ik houd het nu al 170 dagen vol en heb er al veel profijt van gehad.

Veel moois las ik, kiezen is moeilijk. Maar wonend in Zeeland en met de komende herdenking van de Watersnoodramp op 1 februari alweer in gedachten, kies ik voor Het ruisen van de zee van Catharina IJzelenberg, waarin de onzichtbare gevolgen voor wie de Ramp overleefde in een bijzonder verhaal prachtig verwoord worden.

Vooruit kijken

Durf ik het nog aan, een planning te maken? Ach waarom ook niet? Als ik er maar rekening mee houd dat een planning geen dictaat is en geen garanties biedt. Een leidraad zou een beter woord zijn. We gaan weer streven naar 1000 km wandelplezier het komende jaar. Ik weet namelijk zeker dat die 900 km van dit jaar niet gehaald zouden zijn zonder die 1000 km ergens in mijn achterhoofd.
Ik blijf ook lezen en recensies schrijven, maar ga niet vooraf de aantallen bepalen. Een boek per week zou leuk zijn, maar als dat niet lukt, is het ook goed. En de andere hobby's? We zien wel.

Na de enthousiaste verhalen van onder andere ANNELIES van Boekboetiek over Bullet Journals heb ik me erin verdiept of dat wat voor mij zou kunnen zijn. En dan bedoel ik niet de prachtige boekwerken met fraaie letters en tekeningen die ik op YouTube bijvoorbeeld voorbij zie komen. Maar een hele simpele vorm: wel een mooi boekje om in te werken, maar verder alles zo indelen dat het bij me past en ik erin kwijt kan wat ik belangrijk vind. Zowel op het gebied van wensen als van taken. Het verzamelen van quotes en het bijhouden van vorderingen op het gebied van gedragsveranderingen. De films die ik wil zien, de steden die ik wil bezoeken, de boeken die ik wil lezen, maar ook opruimschema's voor het opschonen van mijn e-mailarchief bijvoorbeeld. En wat me verder nog te binnen gaat schieten. Ook daar steeds: een leidraad en geen dwingende taakopdracht of bucketlist. 

Verder heb ik voor het komende jaar maar één voornemen: meer Vlaamse boeken lezen. Het is bedroevend hoe weinig aandacht die krijgen in Nederland, terwijl het toch echt geen tweederangs literatuur genoemd mag worden.

En verder laat ik het allemaal maar op me afkomen. Overal het beste van proberen te maken, genieten van elke nieuwe dag. Open staan voor leuke verrassingen en tegenslagen accepteren, die horen er nu eenmaal ook bij. Maar vooral niet bij de pakken neer zitten.

De eerste verrassing heeft zich al aangekondigd: in de eerste week van januari mogen mijn twee jongste kleindochters samen met hun opa een rolletje spelen in de musical in het Eftelingtheater. Ze zijn door dolle heen! Een beter begin van alweer een nieuw jaar kun je je toch niet wensen?

Al mijn trouwe lezers: een fijn uiteinde en een goed en gezond 2018 toegewenst!

© Jannie Trouwborst, december 2017.

maandag 18 december 2017

Louis van Dievel - De laatste ronde

Op 7 oktober 2017 werd in Utrecht het Tweejaarlijks congres van Onze Taal gehouden, onder de titel: Met andere woorden. Een van de sprekers was Ann de Craemer: een Vlaamse schrijfster van romans en columniste van De Morgen en Onze Taal. We kennen haar inmiddels als een voorvechtster van het Vlaams-Nederlands en het gebruik van klare taal taal in bijvoorbeeld ambtelijke stukken. In haar bijdrage schets ze hoe in het onderwijs in Vlaanderen omgegaan wordt met normale Vlaamse woorden: ze zijn FOUT! Kinderen moeten leren dat hun spreektaal minder waard is dan het officiële Noord-Nederlands, zoals Ann de Craemer het noemt. Zo heb je geen nonkel, maar een oom. "Als niemand in Vlaanderen 'oom' zegt, waarom zouden wij dat dan moeten doen - alleen omdat de Nederlanders dat deden?" vraagt ze zich al jong af. Maar er volgen meer teleurstellingen, te beginnen op de universiteit. "Professoren dweepten met Nederland, dat ze als een gidsland zagen, ook op taalkundig vlak." Als ze elf jaar later haar eerste roman publiceert, is de maat vol: de Nederlandse corrector wil haar taal ontdoen van Vlaamse woorden: zetel moet fauteuil worden, zot in zijn kop: tureluurs. Ze weigert zich erbij neer te leggen. "Uiteraard streef ik ernaar mijn boeken in een voor iedereen zo begrijpelijk mogelijk Standaardnederlands te schrijven. Maar als ik de keuze moet maken tussen de Noord-Nederlandse taalnorm en authenticiteit, dan kies ik voor dat laatste.".

Gelukkig is er inmiddels een kentering gaande. Zo kwam De Standaard in 2015 met "Het gele boekje". De titel luidt: Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? Met daarin 1000 Belgisch-Nederlandse woorden. Nonkel hoort er nog steeds niet bij, maar kleed in plaats van jurk kan wel.
Maar een roman is geen krant en om bij de authenticiteit van Ann de Craemer te blijven: het is toch volkomen vanzelfsprekend dat een eenvoudige Vlaamse hoofdpersoon geen Standaardnederlands spreekt? Ze noemt het werk van Dimitri Verhulst en Griet Op de Beeck als voorbeeld: gelardeerd met Vlaamse woorden en ge's en gij's. Er is geen Nederlander die zich daar blijkbaar aan stoort, gezien het succes dat ze hebben met hun Vlaamse romans. Ze gaat zelfs een stap verder en stelt dat het Noord-Nederlands en het Vlaams-Nederlands elkaar kunnen verrijken.
Ik mag graag Vlaamse auteurs lezen en betrap mezelf er inderdaad weleens op dat ik Vlaamse woorden of uitdrukkingen overneem. Soms geeft zo'n woord beter weer wat ik bedoel, soms is het een veel beter woord dan het Engelse of Franse dat nu gebruikt wordt in Nederland. Mijn indruk is, dat er steeds meer Vlaamse woorden opduiken in de Noord-Nederlandse spreektaal. Maar allez, het zou hier over De laatste ronde gaan!

Tot de Vlaamse auteurs die gaan voor authenticiteit hoort ook Louis van Dievel. Eerder las ik van hem Landlopers blues (KLIK HIER). Een roman over de landlopers die begraven liggen op het kerkhof van de bedelaarskolonie van Merksplas. Daar schreef ik al: "Van Dievel maakt op natuurlijke wijze gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, dat leest prettig. Een Vlaamse zwerver spreekt nu eenmaal geen ABN. En de context lost een enkele onduidelijkheid wel op." Datzelfde geldt voor De laatste ronde.

Hoofdpersoon is Ludo Verheyen: facteur (postbode) bij de Belgische Post. Na 42 jaar trouwe dienst is hij bezig met zijn laatste week vòòr zijn pensioen. In die week moet hij twee jonge meiden inwerken die het werk van hem over zullen nemen. Ludo vertelt ons in een terugblik hoe die laatste week verliep. Tussen de gebeurtenissen door leren we hem kennen: zijn verleden en zijn huidige omstandigheden, zijn verdriet en zijn onmacht. Van Dievel weeft het allemaal geraffineerd door elkaar. Ludo vertelt steeds net te weinig om het plaatje voor ons compleet te maken.
Het begint vrij luchtig en met een zekere humor, als hij de meisjes mee moet nemen op zijn ronde, maar al vrij snel wordt duidelijk dat er in zijn leven dingen gebeurd zijn die diep ingegrepen hebben. Een van de meisjes haakt al snel af, met de andere, Cheyenne, bouwt hij een goede band op. Ook uit de verhalen die hij met haar deelt, wordt het een en ander duidelijk. Dat hij op jonge leeftijd zijn vriend Leon verloor, die onder vreemde omstandigheden onder een trein terecht gekomen is. Vlak voor de dag waarop zij tegelijkertijd zouden trouwen: Ludo met Marije en Leon met haar zus Veerle. Veerle treurt nog lang om haar verloren liefde. Ludo en Marije zijn lange tijd gelukkig. Toch zit Marije nu al jaren in een inrichting. Ludo bezoekt haar trouw, maar het gaat steeds slechter met haar. Het moet iets te maken hebben met de vermissing van hun dochter Karen, komen we te weten. Maar wat is er dan gebeurd?

Langzaam maar zeker komt de dag van zijn pensioen dichterbij. Zijn laatste ronde moet hij zonder zijn opvolgster Cheyenne doen. Het wordt laat: "Waar zijt ge blijven plakken, facteur?" vraagt men hem. Een alarmerend telefoontje van schoonzus Veerle heeft eerder die dag een nikkel bij hem doen vallen en ook bij de lezer begint het te dagen hoe de zaken in elkaar steken. Nochtans wordt de overrompelende afloop pas op de laatste bladzijden echt duidelijk.

Vòòr die dag hebben we de facteur echter allang in ons hart gesloten. De kroniek van een mensenleven op een dood spoor, zegt de achterflap, vol compassie beschreven. Ik kan het niet beter verwoorden. 

Er zijn genoeg Vlaamse schrijvers die niet de aandacht krijgen die ze verdienen, omdat ze op de een of andere manier niet door kunnen dringen tot de Nederlandse boekhandels en schrijvende pers. En dat is jammer, want er valt nog zoveel moois te ontdekken in Vlaanderen. Dit is slechts één van hen.

Louis van Dievel - De laatste ronde. Antwerpen, Vrijdag, 2017. Pb., 222 pg. ISBN:978-94-6001-584-7. 

© Jannie Trouwborst, december 2017.

zondag 10 december 2017

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS

Wij van de HBS heeft een ondertitel gekregen waar ik als ervaringsdeskundige volledig achter kan staan: Terug naar de beste school van Nederland. Niet alleen omdat ik mijn 5-jarige HBS-b opleiding op de Rijks HBS in Amersfoort heb mogen genieten, maar ook omdat ik in de loop der jaren via mijn kinderen en kleindochters heb kunnen zien hoe alles anders moest en niet bepaald beter werd. Maar ik zal ook de eerste zijn om toe te geven dat er ongetwijfeld sentimenten meespelen die maken dat ik niet geheel onbevooroordeeld over dit boek zal kunnen oordelen.
Natuurlijk moeten er wetenschappelijke eisen gesteld worden aan de informatie die gepresenteerd wordt over deze specifieke onderwijsvorm en aan de bewijzen die aangedragen worden over de kwaliteit van deze opleiding in vergelijking met andere vormen van voortgezet onderwijs. Maar minstens zo belangrijk is de leesbaarheid voor de geïnteresseerde leek of de oud-HBS'er die herinneringen wil ophalen. Aan beide voorwaarden is ruimschoots voldaan door de inbreng van de historicus Roelof Bouwman en de journalist Henk Steenhuis.


In het eerste hoofdstuk - Thorbecke heeft een plan (1863-1940): Van idee tot instituut maken we kennis met de staatsman Johan Rudolph Thorbecke en zijn overtuigingen en lezen we over de historische achtergronden die meespeelden bij het realiseren van deze nieuwe schoolvorm. Na een aarzelend begin bloeit de HBS op en maakt de verwachtingen van Thorbecke ruimschoots waar. Desondanks zal blijken dat de hogere burgerschool in 1940 zijn langste tijd gehad heeft.

In de hoofdstukken die volgen is er aandacht voor een breed scala aan onderwerpen. De Nobelprijswinnaars komen in beeld. Er is een voorbeeld van de examenopgaven uit 1963 en voor wie ze nog eens proberen wil, staan de antwoorden achterin het boek. De architectuur van de meestal monumentale gebouwen komt aan bod en hun huidige functie. De bewogen oorlogstijd, met bombardementen, de Jodenvervolging, opeisen van de gebouwen en ander onheil kon niet onbesproken blijven. In hoofdstuk 6 wordt een beeld gegeven van het extreem hoge niveau van de leraren, waarmee de kloof met de huidige praktijk van onbevoegde leraren door een tekort aan bekwaamd personeel wel heel pijnlijk duidelijk wordt. Dan is er nog een hoofdstuk met herinneringen van talloze bekende Nederlanders, gevonden in interviews of in hun geschriften. Hoofdstukken over de HBS in de literatuur en in Nederlands-Indië maken het beeld compleet.

In hoofdstuk 10 - Als jullie mij een lul vinden, moeten jullie het eerlijk zeggen: In de jaren zestig werd alles anders schetsen de auteurs de veranderende tijdsgeest in Nederland. Die is er mede de oorzaak van dat er een stevige bodem gelegd wordt onder de Mammoetwet, met als resultaat de uiteindelijke opheffing van de HBS. Niet alleen in naam, maar ook als onderwijsvorm.

Hoe dat kon gebeuren vatten de auteurs samen in hoofdstuk (12) - Van Instituut tot doelwit (1945-1968), Willem van Oranje in 1600-zoveel bij Dokkum vermoord. De Tweede Wereldoorlog heeft zijn sporen nagelaten in de maatschappij. Bij de naoorlogse kabinetten ontstaat een sfeer van Alles moet anders. Het burgerlijke, 19de eeuwse instituut van de Rijks HBS wordt daar één van de slachtoffers van. In dit hoofdstuk staan behalve de historische feiten die leiden tot de Mammoetwet en de vervanging van de HBS door andere schooltypen, ook vergelijkingen betreffende de kwaliteit van het onderwijs en de gevolgen die de verarming van de inhoud en het niveau van de huidige opleidingen voor onze maatschappij, maar ook voor de individuele leerling hebben.

De historische achtergrondverhalen zijn verhelderend, maar daarnaast heeft het boek nog meer te bieden. Ten eerste staat er na elk hoofdstuk een foto met interview van een bekende Nederlander die op de HBS zat. Leuk om te lezen, zeker als je weet wat er uiteindelijk van ze geworden is. Net als hun herkenbare opmerkingen over schoolfeesten of de houding van leraren en de hoeveelheid huiswerk.
Daarnaast vinden we in hoofdstuk 11 een Hall of fame: bekende HBS'ers op een rij. Vier dicht bedrukte pagina's met tientallen bekende namen, die een verholen gevoel van trots oproepen. Schrijvers, politici, kunstenaars, geleerden. Toch is het even slikken als er ook een naam tussen staat, die je liever niet gezien had: Mussert, Anton, ingenieur, leider NSB. 
En in het laatste hoofdstuk (13) staat een overzicht van alle scholen in 1967, kort voor de officiële opheffing van het instituut.

Het kan haast niet anders dan dat dit voor elke oud-HBS'er een heerlijk boek is om te lezen. De inhoud is interessant en bevat naast feiten ook herkenbare herinneringen en amusante anekdoten. De schrijfstijl is helder en maakt het boek vlot leesbaar. Ook aan de vormgeving is de nodige aandacht besteed. De vele zwart-wit foto's zijn een geslaagde aanvulling. Al speelt voor mij ook hier misschien een beetje vooringenomenheid mee: op de omslag staat een schoolfoto van de Rijks HBS in Amersfoort, met helemaal rechts onze directeur de heer Govers en links onze aardrijkskundeleraar de heer van Driel. De leerlingen ken ik  niet: ik kreeg een paar jaar eerder mijn diploma.

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS, terug naar de beste school van Nederland. Amsterdam, Meulenhoff, 2017. Geb., 271 pg., zwart-wit foto's, lit. opg. ISBN: 978-90-290-9131-2.

© Jannie Trouwborst, december 2017.