maandag 15 mei 2017

Kristien Dieltiens - Kortgeknipt

Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? Deze slogan komt van Warchild, een stichting die zich overal ter wereld inzet voor kinderen die met oorlog te maken krijgen. Hoe moeilijk het is deze kinderen daadwerkelijk te helpen en hoe groot de inzet van de medewerkers en vrijwilligers is, is te lezen op hun site. Oorlog is van alle tijden en kinderen zijn de meest weerloze slachtoffers. Als zij de verschrikkingen al overleven, zijn ze lichamelijk en/of psychisch voor het leven getekend. Het is goed dat er aandacht voor hun lot is, al zal Warchild niet alle kinderen kunnen bereiken.
Die aandacht was er niet voor de kinderen uit eerdere perioden, zoals tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de nasleep daarvan. In Kortgeknipt toont Kristien Dieltiens ons in een aangrijpend verhaal de levenslange gevolgen van oorlogsleed voor twee Spaanse kinderen.

Kristien Dieltens (Antwerpen,1954) volgde een kunstopleiding aan de academies van Kontich en Brugge en stond jarenlang voor de klas. Sinds 2008 is ze voltijds auteur en illustrator. Haar jeugdboeken werden in vele talen vertaald. Haar laatstverschenen jeugdroman Kelderkind (2013) won de prestigieuze Woutertje Pieterseprijs en werd bejubeld in Duitsland waar het begin 2017 werd uitgeroepen tot 1 van de 7 beste Young Adultboeken. Kortgeknipt is haar debuut voor volwassenen.

Om goede jeugdboeken te kunnen schrijven, moet je in staat zijn je te verplaatsen in de gedachten en gevoelswereld van kinderen. Dat Kristien Dieltiens dat prima kan, is in deze roman voor volwassenen duidelijk merkbaar. Hoofdpersonen zijn Angel van 10 en Carmela van 14. Het is 1937, de Spaanse burgeroorlog woedt in alle hevigheid.
De Basken en de Catalanen verzetten zich fanatiek tegen de staatsgreep van Generaal Franco en zijn fascistische aanhang. Maar zij worden gemakkelijk verslagen door de coupplegers als die hulp krijgen van de Duitsers. De dagelijkse bombardementen op burgerdoelen kosten velen het leven. Er wordt een noodplan bedacht om te proberen tenminste de kinderen in veiligheid te brengen:  ze zullen ondergebracht worden bij opvanggezinnen in onder andere Vlaanderen. Als de oorlog over is (binnen korte tijd, verwacht men), zullen de kinderen weer terug kunnen keren.

Angel is een gevoelig jongetje, erg gehecht aan zijn familie, vooral aan zijn ouders en grootouders. Met zijn stoere broers kan hij minder goed overweg. Voor zijn vader afscheid neemt en de bergen intrekt om te strijden, draagt hij zijn vrouw op de kinderen naar Guernica te brengen, naar een neef, die zal helpen ze mee te geven aan een kinderkonvooi dat hen over zee naar veilige landen zal brengen. Moeder gaat met haar drie zonen op weg, net als vele andere gezinnen. Nauwelijks aangekomen in Guernica voeren de Duitsers een bombardement uit op de stad, waarbij bijna de gehele bevolking omkomt. Carmela is de dochter van de neef waarheen Angels familie op weg was. Zij overleeft als enige in haar familie de aanval en wordt door haar peetoom mee gestuurd met de vluchtelingen. 

Alle ellende die de kinderen zien, meemaken en ondergaan in een nietsontziende oorlog komen aan bod in dit aangrijpende verhaal. Daarna volgt de reis over zee, de opvang in Vlaanderen. Angel treft het, zijn tweelingbroer Jaime niet. Hun oudste broer is in Frankrijk van boord gevlucht om terug te gaan naar Spanje om er te vechten. Ook Carmela zit het niet mee. Voor haar houdt de ellende niet op in het veilige Vlaanderen. Hoe goed bedoeld die opvang ook is, voor de traumatische ervaringen van de kinderen en hun heimwee naar hun ouders is geen aandacht. De oplossing lijkt te zijn: als je er niet meer over praat, dan verdwijnt het verdriet vanzelf naar de achtergrond. En terug naar hun land? Dat zit er de eerste tien jaar ook niet meer in. Eerst komt daar nog de Tweede Wereldoorlog tussen. Uiteindelijk zullen beide kinderen, als zovelen, in België een nieuw leven opbouwen.

Door vanuit het perspectief van Angel en Carmela te schrijven maakt Kristien Dieltiens het drama invoelbaar zonder grote woorden. Het is duidelijk dat alles wat ze meegemaakt hebben, hen tekent voor het leven. In het vreemde land proberen ze, op heel verschillende wijze, zich staande te houden, kiezen elk voor een onwrikbare overlevingsstrategie, worstelen met tegenstrijdige gevoelens. Steeds wisselt een periode uit het leven van Angel af met één uit het leven van Carmela. Soms raken die twee verhaallijnen elkaar, maar pas op het einde komen ze echt samen. Angel vertelt zijn verhaal in de ik-vorm, Carmela doet een groot deel van haar trieste verhaal in de jij-vorm. Daarmee kan ze alles wat haar overkomt op afstand zetten: niet haar maar iemand anders overkomt het allemaal.

Al zijn Angel en Carmela romanfiguren toch staan hun belevenissen model voor de werkelijkheid. Niet alleen ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog, maar ook voor wat kinderen daarna en nog steeds meemaken ten gevolge van oorlogen tussen grote mensen. Omdat Kristien Dieltiens ons als volwassenen de gebeurtenissen laat meebeleven door de ogen van de kinderen komen ze extra hard aan. Daar heeft geen ze tranentrekkende teksten voor nodig. De verbijstering van een kind, maar ook zijn relativeringsvermogen, de onschuld (waardoor wij al eerder begrijpen wat voor ramp er gaat gebeuren), loyaliteit en schuldgevoelens (naar zijn ouders en zijn pleegouders), heimwee, omgaan met onrecht, de gelatenheid en toch ook steeds weer de vechtlust: het is onmogelijk om niet geraakt te worden door dit beklemmende en psychologische goed uitgewerkte boek. 

Achterin het boek staat de geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog beknopt beschreven. Ook worden de feiten over de opvang in België en de redenen van het al dan niet terugkeren naar Spanje op een rijtje gezet. In haar nawoord merkt Kristien Dieltiens nog op dat de meeste kinderen goed terecht gekomen zijn. 

Kristien Dieltiens - Kortgeknipt Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 367 pg., isbn:978-94-6001-569-4. 

© Jannie Trouwborst, mei 2016.

maandag 8 mei 2017

Wat ik verder nog las in april

Van de meeste boeken die ik lees, komt er een bespreking op mijn weblog te staan (en meestal ook op de site van De Leesclub van Alles). Ik weet niet hoe dat voor andere bloggers is, maar mij kost het schrijven van een recensie veel tijd en moeite. Dat heb ik niet voor elk boek over. Ik schrijf het liefst over boeken die naar mijn idee aandacht verdienen en die ook andere lezers plezier kunnen verschaffen. Soms valt een boek me tegen, soms is het zo ingewikkeld dat ik het wel waardeer, maar niet het idee heb dat ik er iets zinnigs over kan schrijven. En soms is het best wel aardig, maar besteed ik mijn tijd toch liever aan een van de andere boeken waar ik echt enthousiast over ben.


Hoewel ik van plan was dit jaar niet mee te doen met de #boekperweek actie van de Bibliotheek kon ik het toch niet laten. Maar van alles ook een blogje schrijven, werd toch echt teveel. Daarom staat hier een overzicht van wat ik deze maand wèl las, maar dat nìet in een recensie terecht kwam, om wat voor reden dan ook.

In de maand april waren dat de volgende boeken:

- Het hebzuchtgas van Jan Terlouw. Ik kocht het samen met Kop uit 't zand waarvan wel een recensie op dit blog staat (KLIK HIER). Het is bedoeld als jeugdboek over hetzelfde thema als Kop uit 't zand. De ondertitel luidt: Een sprookje voor jong en oud. Ik heb geen ervaring met het schrijven over jeugdboeken. En ik weet niet hoe andere volwassenen het ervaren hebben, maar voor mij bleef het een jeugdboek. Ik begrijp wat hij ermee wil vertellen en misschien is het voor kinderen een spannende queeste. Een sprookje voor volwassenen vraagt echter om een heel andere uitwerking.

- Een jihad van liefde van Mohamed El Bachiri, opgetekend door David van Reybrouck. Uit de inleiding: Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.
In Een jihad van liefde - opgetekend door David Van Reybrouck - praat Mohamed over zijn jeugd in Molenbeek, de liefde voor zijn vrouw en zijn leven na de aanslagen. Als eerbetoon aan zijn vrouw buigt Mohamed het leed dat hem is aangedaan op moedige en veerkrachtige wijze om in een boodschap van liefde en medemenselijkheid, waarbij hij westerse moslims oproept tot een meer humanistische benadering van de islam.


Roeland Dobbelaar gaf zijn recensie op De Leesclub van Alles de titel: Lezen met het hoofd of met het hart (KLIK HIER). En dat geeft heel goed het dilemma weer bij een bespreking van dit boekje. Voor mij een reden om het hier niet te bespreken. En het alleen te beschouwen als een oprechte, ontroerende en zeer persoonlijke hartekreet waar ik met mededogen en bewondering kennis van genomen heb. Mijn reactie op de bespreking door Dobbelaar vind je onder zijn recensie.


- Melancholie van de onrust - Joke J. Hermsen. Het essay, behorend bij de Maand van de filosofie. Op de achterkant: De mens is volgens Nietzsche een weemoedig wezen, een homo melancholicus die weet heeft van verlies, vergankelijkheid en verlatenheid. We proberen deze weemoed om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, creativiteit of dagdromen, macht of verstrooiing.
Maar wat gebeurt er als het tij flink tegenzit en onze melancholie door onrust, angst en teloorgang van idealen slechts naar de duistere kant van het verlies getrokken wordt? Kan zij dan nog vruchtbaar, in de zin van creatief of hoopvol, gemaakt worden? Of reageren wij dan als de zwaan van Jan Asselijn en blazen we woedend en bang naar eenieder die in onze buurt komt en ons nest bedreigt? Wanneer slaat de melancholie om in angst en xenofobie?
In dit essay onderzoekt Joke Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog net over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren, over het verlies heen te stappen en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Wat is er nodig voor deze veerkracht van het denken, die ons dezer dagen steeds vaker lijkt te ontbreken?


Een intrigerend boekje, dat ik met aandacht gelezen heb. Maar dat ook best pittig is voor iemand zoals ik, die wel enige kennis heeft van de filosofie, maar niet genoeg om alles meteen te doorgronden. Bij een tweede lezing zal het duidelijker worden. Dat komt nog wel eens. Maar ook daarna ben ik niet de juiste persoon om hier een recensie over te schrijven. Ik ken mijn beperkingen.


- Zeven soorten honger - Renate Dorrestein. Op de omslag: Zeven soorten honger speelt zich af in een exclusief kuuroord aan de Nederlandse kust, waar maatschappelijk geslaagde mannen hun overtollige kilo's proberen kwijt te raken. In dit statige landhuis worden amper calorieën geserveerd en krijgt het begrip lichaamsbeweging nieuwe dimensies. Voor de gasten staat er veel op het spel: ze mogen pas weg als ze hun streefgewicht hebben bereikt. Wie opgeeft, betaalt een netto jaarinkomen als boete. En díe dreiging blijkt te werken. Toch kampen Nadine en Derek Ravendorp, het echtpaar achter dit succesvolle instituut, met problemen die ze ondanks hun lange, gelukkige huwelijk niet met elkaar kunnen delen. Hoe lang kunnen die geheimen nog verborgen blijven? Wie is die zwerver die door Nadine wordt binnengesmokkeld? Hoe goed is Derek eigenlijk in boekhouden? En vooral: hoe loopt het af met het anorexia-meisje dat door haar vader is meegenomen naar de prestigieuze afslankvilla.

Een vermakelijk, gemakkelijk leesbaar boek, met een redelijk spannende plot en hier en daar de vileine humor en ironie waar Renate Dorrestein graag gebruik van maakt. Voer voor de echte Dorrestein fans. Met alweer het thema dat haar bezig blijft houden na de zelfmoord van haar zusje: eetproblemen. Maar de manier waarop het in dit verhaal een rol speelt, is lichtvoetig genoeg om te veronderstellen dat ze het steeds beter los kan laten. 
Ik had geen tijd voor een recensie en aangezien er genoeg goede recensies over zijn, heb ik deze maar laten schieten. Wil je er meer over lezen, kijk dan bij die van Sue op Boekenz (KLIK HIER). Daar kan ik me helemaal in vinden.

Deze vier boeken zal ik de komende tijd wel aanmelden voor #boekperweek met een verwijzing naar dit blogje. En intussen liggen er al weer nieuwe te wachten op een bespreking of om gelezen te worden. Eens kijken hoever we deze maand komen....

© Jannie Trouwborst, mei 2017.

dinsdag 2 mei 2017

Eva Meijer - Het vogelhuis


Waarom geeft een getalenteerde violiste haar muziekcarrière op, slaat ze een huwelijksaanzoek af en trekt ze zich vervolgens terug op het Britse platteland om er de rest van haar leven te wijden aan het bestuderen van het gedrag van vogels?

Die vraag fascineert Eva Meijer zo dat ze probeert daar het antwoord op te vinden. Eva Meijer (1980) is schrijver, beeldend kunstenaar, singer-songwriter en filosoof. Bij het schrijven van haar masterscriptie filosofie komt zij bij toeval twee boeken tegen die ooit bestsellers waren in Engeland:  Birds as Individuals en Living with Birds, beide geschreven door Len Howard, het pseudoniem van Gwendolen Howard (1894-1973). Nu is haar werk grotendeels vergeten. Eva vindt dat zonde, want (stelt ze) 'met haar onderzoek was ze haar tijd ver vooruit en de boeken die ze schreef zijn voor lezers nu ook nog interessant'.

Helaas blijkt er over haar leven weinig bekend te zijn. Eva besluit daarom feiten en fictie te vermengen. Het resultaat is een geromantiseerde biografie waarin, ter illustratie,  af en toe korte stukjes staan die overgenomen zijn uit de boeken van Len Howard over haar vogelonderzoek.

Welke feiten vormen de ruggegraat van Eva's roman? Gwendolen Howard is de jongste dochter van de welgestelde Britse dichter en toneelschrijver Henry Newman Howard (1861-1929). Samen met haar ouders brengt ze haar jeugd door in diverse landhuizen in Engeland en Wales voor ze, nauwelijks volwassen, naar Londen verhuist om er een muzikale carrière te starten.  Ze geeft er onder andere muziekles aan arme kinderen en speelt viool in een orkest onder leiding van een bekende dirigent (Malcolm Sargent). Na het overlijden van haar vader erft ze genoeg om te stoppen met  de muziek en een huisje met een grote tuin te kopen op het platteland. Daar begint ze met het bestuderen van het gedrag van vogels. Ze is  ervan overtuigd dat het gedrag van dieren alleen in natuurlijke omstandigheden echt bestudeerd kan worden, omdat ze zich in gevangenschap nooit natuurlijk zullen kunnen gedragen.  Een hele nieuwe visie die tegenwoordig niet meer betwist wordt. Na een aantal tijdschriftartikelen volgen de boeken waarmee ze bekend zou worden.

Ze blijft er haar leven lang wonen om onderzoek te doen naar de vogels in de buurt. Ze weet te voorkomen dat er een bungalowpark rondom haar terrein gebouwd wordt. Haar bezittingen laat ze na aan de Sussex Naturalist Trust die haar belooft er een vogelopvang van te zullen maken.  Daar is niets van terecht gekomen: het huisje is verkocht en de bomen in de tuin zijn gekapt. Ze ligt begraven in een naamloos graf op de begraafplaats achter haar huis.

De roman die Eva Meijer rondom deze feiten gebouwd heeft, zit goed in elkaar. Nergens worden de feiten verdraaid om in het deels verzonnen verhaal te passen. Eerder andersom: Eva tracht voor elk feit een aannemelijke, psychologische verklaring te vinden en die in het verloop van de gebeurtenissen uit te werken. De beschrijving van de persoonlijke ontwikkeling van een eenzaam kind naar een zelfstandige vrouw die naar vrijheid verlangt en tot rust komt in haar Birds Cottage in Ditchling komt heel vanzelfsprekend over. En niet alleen Len Howard, ook de andere hoofdrolspelers in de roman komen goed tot hun recht.

De ingelaste stukjes uit de boeken over de vogels hebben eveneens een hoofdpersoon: Ster. Len Howard had een sterke band met de vogels in haar tuin. Ze herkende ze niet alleen aan de kleurschakeringen van hun veren, maar ook aan hun gedrag. De vogels vertrouwden haar en stelden haar daarmee in staat hun gedrag van heel dichtbij te bestuderen. De manier waarop ze naar ze kijkt, hoe ze met hen omgaat en wat haar opvalt aan hun gedrag komen in deze korte tekstfragmenten met Ster in de hoofdrol duidelijk naar voren.

Eva Meijer verdient een compliment. Met Het vogelhuis schreef ze een geslaagde geromantiseerde biografie over een bevlogen en eigenzinnige onderzoekster die nooit echt de waardering kreeg die haar toekomt. Maar die daar ook niet om gaf: ze was volkomen tevreden en gelukkig met haar vogels en met haar onderzoek. Er over schrijven deed ze op verzoek van anderen. Het is begrijpelijk dat Eva Meijer door haar leven en onderzoek gefascineerd raakte. In 2016 schreef ze zelf Dierentalen, waarin ze wetenschappelijke onderzoeken naar de communicatie van dieren besprak. Len Howard stond in feite aan de basis van dit soort onderzoeken. Het Vogelhuis is een postuum eerbetoon aan deze uitzonderlijke vrouw.

Eva Meijer - Het vogelhuis. Amsterdam, Cossee, 2016. Geb., 282 pg., ills., isbn:978-90-5936-669-5.

© Jannie Trouwborst, mei 2017.

zondag 23 april 2017

Meik Wiking - Hygge: de Deense kunst van het leven

"Ik heb de beste baan van de wereld. Ik onderzoek waar mensen gelukkig van worden. Op het Happiness Research Institute, een onafhankelijke denktank die zich bezig houdt met welzijn, geluk en kwaliteit van leven, onderzoeken we de oorzaken en effecten van menselijk geluk en werken we aan de verbetering van de kwaliteit van leven van mensen over de hele wereld."

Aldus Meik Wiking (hoofd van het Instituut en onderzoeker) in zijn inleiding bij Hygge: de Deense kunst van het leven. Diverse internationale onderzoeken wijzen Denemarken geregeld aan als het gelukkigste land ter wereld. Wiking is ervan overtuigd dat dat te maken heeft met het moeilijk te vertalen begrip 'hygge'. In een mooi vormgegeven boek wisselt hij statische gegevens en vergelijkingen met andere (voornamelijk West-Europese) landen af met voorbeelden van hygge in Denemarken en geeft tips voor wie zelf met deze lifestyle aan de slag zou willen gaan.

Een exacte vertaling geven van 'hygge' is niet goed mogelijk. In het Nederlands komt 'gezelligheid' nog het meest in de buurt, maar hygge is meer. Daarbij komt dat de Denen het woord aan allerlei voorwerpen en omstandigheden vastplakken: zo zijn er hyggesokken, een vrijdagshygge, iemand is in een hyggestemming, of kiest voor een hyggemoment in zijn hyggekrogt (een hoekje waar je gezellig kunt zitten).

Voor de Denen is hygge in de eerste plaats een sociaal gebeuren: een prettig samenzijn met een kleine groep familieleden of vrienden, liefst binnenshuis. Traditie, de kwaliteit van het contact , gelijkwaardigheid en harmonie spelen daarbij een belangrijke rol. Elke vrijdagavond bijvoorbeeld met het hele gezin of met goede vrienden een bordspel spelen, kaarsen aansteken en bij de open haard zitten praten. Niemand heeft het hoogste woord, men luistert naar elkaar en maakt samen lekkere hapjes klaar. 

Het boek staat vol met 'hyggelige' voorbeelden, van recepten tot kleding, van seizoensideeën tot verlichting en meubeltips. Alleen daarom al is het een inspirerend boek: voor ieder wat wils, er is zelfs een hoofdstuk 'hygge voor de kleine beurs'. Maar daarnaast zijn de terloops opgesomde onderzoeksresultaten zeker ook het lezen waard.

In een land waar de weersomstandigheden verre van ideaal zijn en dat de hoogste belastingtarieven ter wereld heeft, wonen de gelukkigste mensen ter wereld. Hoe kan dat? Door de verzorgingsstaat, stelt Wiking. De Denen staan volkomen achter het idee van de verzorgingsstaat, die via de belastingen collectieve rijkdom omzet in welzijn. Ze zien het niet als belasting betalen, maar als investering in de maatschappij. De verzorgingsstaat beperkt de risico's voor burgers en gaat daarmee gevoelens van angst en onzekerheid te lijf en verhindert dat men extreem ongelukkig wordt. Gratis gezondheidszorg voor iedereen, gratis universitair onderwijs en relatief royale secundaire arbeidsvoorwaarden dragen eraan bij dat ook degenen die het niet zo breed hebben gelukkiger zijn dan in andere rijke landen.

Maar uit zijn onderzoek blijkt dat ook hygge een rol speelt. Sociale relaties zijn van doorslaggevend belang en die zijn met een kortere werkweek en via kleinschalige activiteiten binnenshuis bijvoorbeeld vanzelfsprekender. Daarnaast valt het onderlinge vertrouwen op en het gevoel van vrijheid en controle over het eigen leven. Wiking denkt dat hygge en geluk met elkaar samenhangen omdat hygge het dagelijks geluk nastreeft en omdat sommige aspecten van hygge leiden tot geluk. Tot slot gaat hij nog even in op welke dat zijn (het sociale vangnet, genieten en dankbaarheid o.a.).

Politieke leiders willen weten waarom de ene maatschappij gelukkiger is dan de andere. Verschillende landen willen meten hoe succesvol ze zijn als maatschappij, niet alleen aan de hand van economische groei, maar ook in hoeverre de kwaliteit van leven is verbeterd. Het bruto binnenlands product is niet overal meer de belangrijkste indicator voor groei. Daarbij haalt hij Robert Kennedy aan, die veertig jaar geleden al opmerkte:

"Het bruto nationaal product zorgt niet voor gezonde kinderen, de kwaliteit van hun opleiding of het plezier in hun spel. Het behelst niet de schoonheid van onze poëzie of de sterkte van onze huwelijken, de intelligentie van ons publieke debat of de integriteit van onze ambtenaren... Kortom, het meet alles behalve datgene wat het leven de moeite waard maakt." 

Met mooie foto's en inspirerende ideeën, qua lifestyle èn op het gebied van onze veranderende maatschappij, is het een fijn lees- en kijkboek voor een breed publiek.

Meik Wiking - Hygge: de Deense kunst van het leven. Vert. uit het Engles door Barbara Lampe. Amsterdam, Lev., 2016. Geb., 287 pg., isbn:978-94-005-0818-7

© Jannie Trouwborst, april 2017.