donderdag 19 oktober 2017

Sanneke van Hassel - Stille grond


Landa en Johannes, de twee hoofdpersonen uit de roman Stille grond van Sanneke van Hassel, lijken uit twee totaal verschillende werelden te komen. Zij woont met haar man Leon en pas geboren dochtertje Cato in het luxe appartementencomplex Domus Aurea en kijkt (letterlijk en figuurlijk) neer op de rommelige opvang voor kwetsbare mensen waar Johannes werkt: Smallenburg. Landa zou het liefst willen dat de opvang verdwijnt, zodat er een parkje met speelgelegenheid voor kinderen kan komen. Johannes is gehecht aan de plek en hoopt na vele verhuizingen nu eindelijk een plek gevonden te hebben voor zijn cliënten waar ze voor langere tijd kunnen blijven. Om ze nog meer zinvolle bezigheden te kunnen bieden, is hij een moestuin begonnen bij de opvang. Maar ook omdat het hem herinnert aan zijn jeugd in het landelijke Noord-Holland.

Landa is nog erg onzeker over haar moederschap. Ze heeft niemand om op terug te vallen. Haar man is druk met zijn werk, terwijl zij het hare kwijtgeraakt is door de crisis kort nadat ze vertelde dat ze zwanger was. Haar moeder is sinds het overlijden van Landa's vader snel achteruit gegaan, lijkt haar dochter niet meer te kennen en is niet geïnteresseerd in haar kleinkind. Aan haar twee vriendinnen heeft ze ook niets. Een nieuwe baan vinden blijkt niet zo gemakkelijk en al is ze blij met haar dochter, de invulling van haar dagen ervaart ze al snel als weinig zinvol. Zeker als Leon voor een goede oppas zorgt, zodat ze haar handen vrij heeft om te "netwerken" zoals hij zegt. Alleen... ze heeft helemaal geen netwerk. Cato en de oppas kunnen het prima vinden, Landa voelt zich steeds overbodiger als ze doelloos rondjes rijdt door Rotterdam of ergens in een café op haar laptop naar vacatures zoekt. Eigenlijk is het dan geen wonder meer dat ze zich met verbetenheid stort op haar idee van een parkje op de plek van de opvang Smallenburg. Ze is bereid daarvoor heel ver te gaan.

Johannes heeft ook niemand. Zijn ouders leven niet meer en zijn zus woont ver weg. Streng opgevoed in een religieus milieu door een hardhandige vader koos hij er al snel voor het huis te verlaten en een opleiding te volgen tot sociaal werker. Op veel plekken heeft hij gewerkt en meegemaakt dat de regels hoe om te gaan met kwetsbare mensen steeds veranderden. Hij verbaast hem, hij heeft zich er maar bij neergelegd, al kan hij niet wennen aan het idee dat er steeds minder begrip is voor de medemens die het om wat voor reden dan ook niet redt in de huidige samenleving Ook kan hij niet goed omgaan met de enorme bureaucratie, vergaderfrequentie en de politieke spelletjes die nodig zijn om de opvang in stand te houden. Tot aan fraude in zijn administratie toe.

Om en om krijgen Johannes en Landa het woord in de roman. Ze komen echter nauwelijks met elkaar in contact. En hoewel ze tegenstrijdige belangen hebben, hebben ze veel meer gemeen dan ze ooit zullen beseffen. Beiden hadden een liefdeloze jeugd met een tekort aan aandacht. Beiden hunkeren naar een zinvol bestaan, een ideaal om voor te vechten. Johannes begint uitgeblust te raken, Landa voelt zich overbodig en niet gezien.

Dat stille stukje grond daar beneden aan de flat wordt de inzet van een conflict, door Landa in gang gezet. In een parkje zal ze andere moeders spreken, kunnen buurtfeesten gehouden worden, zal ze eindelijk contacten opdoen. De buren in de flat, die nu nog zo afstandelijk zijn, zullen haar dankbaar zijn. Elk wissewasje grijpt ze aan om Smallenburg en haar bewoners in diskrediet te brengen. Op vergaderingen probeert Johannes zich te verdedigen. Het gaat haar niet snel genoeg. Ze besluit  een rechts-populistische partij in te schakelen en gaat uiteindelijk over tot een wel erg riskante actie.
Ook op Johannes begint de eenzaamheid te drukken. Hij koos het vak om mensen te redden, op het goede spoor te zetten, dat lukt nog nauwelijks. Maar dan verschijnt er ineens iemand bij de opvang die hem uit zijn moedeloosheid haalt. Ook zijn daden worden riskant.

Komt er een winnaar uit deze symbolische strijd? Niet echt, er zijn wel veel slachtoffers. Het leven van Landa of Johannes is er niet wezenlijk door veranderd. Een oprisping in beider bestaan, meer zal het uiteindelijk niet blijken te zijn.

Veel bewondering heb ik voor de uitwerking van de karakters van zowel de hoofd- als bijfiguren in deze roman. Levensechte mensen komen tevoorschijn door de opmerkingen die ze maken en de manier waarop ze zich gedragen. Ze hoeven nauwelijks meer beschreven te worden: je ziet ze meteen voor je: de bemoeizuchtige, egocentrische "vriendin" Cleo, de rechts-populistische Jos de Palm, Mama Martina, de warme kokkin van Smallenburg en vele anderen. Een bonte stoet. In een grote stad die neergezet wordt zoals ze is: lawaaiig, druk en overvol. En zo zal blijven, ook als Johannes en Landa vertrokken zijn en het stukje Stille grond een andere bestemming krijgt.

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 1971) is tot nog toe vooral bekend als auteur van verhalenbundels. Ze beheerst dit genre dan ook zo goed dat ze er al meerdere prijzen mee in de wacht sleepte. Na haar debuut IJsregen (2005) verschenen Witte veder (2007), Ezels (2012) en Hier blijf ik (2014). Als enthousiast pleitbezorger van het korte verhaal stelde ze met Annelies Verbeke de bundel Naar de stad (2012) samen: een bloemlezing met hedendaagse korte verhalen uit de hele wereld. Stille grond is haar tweede roman. In 2010 verscheen haar eerste roman Nest (KLIK HIER).

Sanneke van Hassel - Stille grond. Amsterdam, Bezige Bij, 2017. Pb., 220 pg., isbn:978-90-234-5427-4.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

zondag 15 oktober 2017

Bettie Elias - De lege schommel

Azmi, een Syrische jongen van 11, moet samen met zijn zusje Rasha (4) en zijn ouders Aleppo ontvluchten. Een groot deel van de stad is platgebombardeerd, een nieuw offensief is aangekondigd en dat zal op hun wijk gericht zijn. Het afscheid van de grootouders en de rest van de familie is moeilijk en verdrietig. Te voet trekken ze door de bergen van Turkije naar de oever van de Middellandse Zee. Van daar brengen mensensmokkelaars hen met een gammele boot naar Italië. Uiteindelijk belanden ze in Brussel in een asielzoekerscentrum en moeten ze wachten op een verblijfsvergunning. Ondertussen leren ze de taal en Azmi gaat naar school. Hier zijn ze veilig, maar of dat ook echt zo voelt? 


Het perspectief van dit uitstekend gecomponeerde verhaal, ligt bij Azmi. Een must voor een dergelijk jeugdboek. Het stelt kinderen gemakkelijker in staat zich met de hoofdpersoon te vereenzelvigen en zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. En dat is niet niks!
Hoewel het verhaal chronologisch verteld wordt, lezen we in flash-backs ook over het leven van voor de vlucht. Hoe jongens van zijn leeftijd het ook allemaal wel spannend vinden en (in de ogen van volwassenen) gevaarlijke dingen doen. Hoe ze van de nood een deugd maken en zwemmen in het regenwater in de bomkraters die in de wijk een van de weinige mogelijkheden bieden om even plezier te hebben. Maar ook hoe ze geconfronteerd worden met dode mensen en immens verdriet en angst.

Het echte verhaal begint aan de oever van de Middellandse Zee. Azmi laat zich graag geruststellen door zijn ouders en speelt de grote broer voor zijn zusje, maar het ontgaat hem niet hoe zijn ouders zich groot proberen te houden. De dagenlange tocht over zee is beeldend beschreven: honger en dorst, storm en onweer, verzengende hitte, ruzie op een veel te kleine, gevaarlijke boot. Ook de opvang in Italië, waar ze niemand verstaan en opgesloten worden zonder te begrijpen waarom en wat er gaat gebeuren, maakt goed duidelijk wat het betekent voortdurend in onzekerheid te verkeren en je af te moeten vragen of het ooit nog goed komt. Terwijl teruggaan ook geen optie meer is: alle bezittingen zitten in enkele plastic tasjes, alles van waarde is verkocht om de smokkelaars te betalen en van het huis is niets meer over.

Eenmaal in Brussel in het asielzoekerscentrum zijn er weer andere problemen. Ze moeten een kleine kamer (6 bij 6 meter) delen met een jong echtpaar. Het valt niet mee, zo op elkaars lip te moeten leven. Azmi mag naar school, leert de taal en probeert nieuwe vrienden te maken. Dat is lastig. Hij heeft heimwee naar het Aleppo van voor de oorlog. Alles is zo anders, hij begrijpt de taal nog niet goed genoeg. Hij mist zijn beste vriend Roni. Niet elk kind is bereid hem een beetje te helpen. Hij heeft heel vaak zware hoofdpijn en nachtmerries. Daarvoor bezoekt hij de psychologe van het asielzoekerscentrum. Maar praten kan hij niet, hij tekent liever. Pas na maanden vertrouwt hij haar genoeg om zijn verhaal over Roni te delen. En dat omhelst heel wat meer dan het gemis van een vriend.

Langzaamaan raakt hij "ingeburgerd". In klas krijgt hij vrienden. Mede dankzij de meester tonen de andere kinderen belangstelling voor zijn verhaal en achtergrond. Ook in het asielzoekerscentrum maakt hij een nieuwe vriend: een jongen van zijn leeftijd die alleen de overtocht maakte, omdat zijn ouders geen geld genoeg hadden om het hele gezin te laten vertrekken. En die zijn familie ontzettend mist.
Na een jaar in onzekerheid  breekt de dag aan waarop ze te horen zullen krijgen of ze mogen blijven. Niet lang daarvoor maken ze nog de dramatische uitzetting mee van een Afghaan. Spanning tot de laatste bladzijde dus.

In dit jeugdboek weet Bettie Elias de gebeurtenissen die het leven van een vluchtelingenkind voor de rest van zijn leven zullen tekenen op een spannende en tegelijkertijd gevoelige manier te beschrijven. Het zal kinderen vanaf een jaar of tien geen enkele moeite kosten zich betrokken te voelen bij wat Azmi overkomt. Het boek geeft schrijnende details, maar is nergens echt gruwelijk. Het gaat niet alleen over afscheid nemen en vluchten, maar ook over vriendschap. Kinderen die zich realiseren dat dit niet zomaar een verhaal is, maar dat het allemaal in het echt ook zo gebeurt, zullen eerder bereid zijn hun klasgenootje uit een ander land de helpende hand toe te steken.

Bettie Elias (Hasselt, 1953) schreef al veel meer levensechte en boeiende verhalen voor kinderen, waarbij ze belangrijke thema's aankaart en waarmee ze al viermaal de Boekenwelp won en vijfmaal een bekroning kreeg van de Kinder- en Jeugdjury. Verschillende boeken werden vertaald naar het Duits, Engels, Frans en Deens.

Bettie Elias - De lege schommel. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Pb., 174 pg., isbn:978-90-5908-873-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

vrijdag 13 oktober 2017

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden - ontdek de fout

Is geschiedenis te saai voor kinderen? Niet als ze er op een speelse manier kennis mee kunnen maken. Dat moet de drijfveer van Amanda Wood en Mike Jolley geweest zijn bij het samenstellen van een geschiedenispuzzelboek voor kinderen vanaf een jaar of tien. Een stevig gebonden boek in een mooi groot formaat (31 x 31 cm) met kleurige, fantasierijke illustraties van Frances Castle zal voor veel kinderen een leuke verrassing zijn.
Het boek behandelt 10 perioden en plekken op aarde: de Steentijd in Noord-Europa, het Oude Egypte, het Oude Griekenland, het Oude China, het Oude Rome, de Maya's in Centraal-Amerika, de Vikingen in Scandinavië,  Middeleeuwse ridders in Europa, de Mongols in India en de Piraten in de Caraïben. 

Over twee volle bladzijden staat eerst een kleurrijke tekening met heel veel details, op het eerste gezicht typerend voor de periode die besproken wordt. Maar let op: er staan ook zaken op die niet kloppen. Elke plaat bevat 20 fouten die niet allemaal even gemakkelijk te vinden zijn. Die dinosaurus tussen de Steentijdbewoners? En dat bakstenen huis tussen de hutten? Die zullen de meeste kinderen al snel ontdekken. Maar de kippen? En die ladder? Wie alles gevonden denkt te hebben, kan op de volgende twee bladzijden kijken of het juist is. Daar staat de plaat verkleind nogmaals afgebeeld, met cijfers bij de fouten. En in de tekst wordt bij elke fout een uitleg gegeven. Zelfs als je alle fouten ontdekt, leer je ook daar nog iets uit. In een apart kader worden de kenmerken van het leven in de betreffende periode nog eens op een rijtje gezet.

Door de mooie platen en de soms grappige fouten is het leuk om met het boek bezig te zijn. Ook de details die wel op waarheid berusten, spreken aan en nodigen de meest leergierige kinderen uit er meer over op te zoeken en te lezen. Enige basiskennis van de geschiedenis is wel nodig om er optimaal van te kunnen genieten. Dat zal in de bovenbouw van de basisschool doorgaans het geval zijn. De tekst is (mede dankzij een goede vertaling van Ed Franck) voor die doelgroep prettig leesbaar. Daarmee is het boek een aanrader voor wie geschiedenis saai dacht te vinden èn voor wie juist erg in geschiedenis geïnteresseerd is!

Amanda Wood & Mike Jolley - Lang, lang geleden: ontdek de fout. Antwerpen, Davidsfonds/Infodoc, 2017. Geb., 56 pg., ills. van Frances Castle, vert. door  Ed Franck, ISBN: 978-90-5908-880-1.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

dinsdag 10 oktober 2017

Valerie Eyckmans - Het belang van schoon ondergoed

Vermoedelijk ben ik niet de enige die bij het lezen van de titel van deze roman moet glimlachen. Het brengt me terug naar mijn jeugd. Mijn moeder was er stellig in: "Er kan altijd iets gebeuren waardoor je onverhoopt in het ziekenhuis belandt." Het allerergste wat je in zo'n geval kan overkomen is blijkbaar dat je dan geen schoon ondergoed aan hebt. 
Ook hoofdpersoon Sam in Valerie Eyckmans roman belandt onverwachts in het ziekenhuis. Hij is van een bierfiets gevallen. In het ziekenhuis ontmoet hij Missy, met haar 18 jaar maar een paar jaar jonger dan Sam. Ze heeft kanker. Ze zoeken elkaar geregeld op in het cafetaria van het ziekenhuis. Missy is dol op het maken van lijstjes. Ze draagt haar ziekte vrolijk en houdt van gekke, spontane acties. Maar Missy gaat het niet redden, dat wordt al snel duidelijk in het verhaal. Wat ze Sam nalaat is onder andere haar bizarre bucketlist.  Nu Missy dat niet meer kan, besluit Sam die in haar plaats af te werken.

Toen ik deze samenvatting van de inhoud las, verwachtte ik, in combinatie met de titel, eigenlijk iets luchtigs. Ondanks de ziekte en het overlijden van Missy. Niets bleek minder waar. Weliswaar zitten er humoristische scenes in het verhaal, maar met elk hoofdstuk ontdek je meer van wat er onder de oppervlakte leeft bij Sam en leefde bij Missy. En dat is niet mis, ook al duurt het een heel boek voor Sam dat zelf begint te begrijpen. Hoewel Sam degene is uit wiens perspectief we naar de anderen, ook Missy, kijken, is hij het uiteindelijk die de echte Missy voor ons ontdekt.

De hoofdstukken wisselen af tussen toen en nu, maar worden binnen de reeks chronologisch verteld. In de ene reeks lezen over hun ontmoeting en het verloop van hun relatie tot na het overlijden van Missy. In de andere reeks is Sam via de bucketlist van Missy in Malawi belandt en beleeft daar niet alleen een spannend avontuur, maar wordt ook steeds meer met zichzelf geconfronteerd. Via flashbacks krijgen we de nodige informatie over de gebeurtenissen die het leven van Sam tot dan toe gekleurd hebben. En de eerste aanwijzingen waarom hij doel nog zin in het leven kan vinden. Missy lijkt juist te genieten van haar leven, hoe kort dat ook nog mag duren. Ze vecht vrolijk tegen haar kanker. Twee tegenpolen lijken het, maar dat is de oppervlakte. Ze zoeken beiden naar een houvast en denken dat bij de ander te vinden. Aangrijpend is het proces waar je je als lezer steeds meer bij betrokken voelt, zeker als Missy besluit het vechten op te geven en Sam niet in staat blijkt daar mee om te gaan.

In feite zijn er twee spanningsbogen die in het laatste hoofdstuk bij elkaar komen. Het avontuur in Malawi is van een heel andere orde. Het draait om vrijwilligerswerk op een dorpsschool en het helpen beschermen van een wildreservaat, dat bedreigd wordt door een op geldbeluste reisleider die Amerikanen strikt om er leeuwen te komen schieten. Maar Sams persoonlijke groei gaat door tijdens dit spannende intermezzo, dat je even in staat lijkt te stellen een adempauze te nemen van de zwaarte van het persoonlijke verhaal. De verwerking van het overlijden van Missy, de erkenning van zijn tekortschieten en het begrijpen van de redenen worden hem (en ons voor zover we het al dan niet dachten te zien) gaandeweg duidelijk. 

Een ontroerend verhaal waar je geregeld even stil van wordt. Maar ook met humor, in de acties van Missy, in de beschrijving van de andere hoofdpersonen: Missy ouders een soort van hippies, die van Sam uitermate burgerlijk. Maar ook hier: onder de oppervlakte zijn we allemaal mensen met een eigen verhaal. Dat door sommigen wordt herkend en dat dan verbinden kan. De beide moeders vinden troost bij elkaar, omdat ze beiden een kind verloren. Niet alleen Missy stierf veel te jong, ook Sams broer Gabriël. Juist die diepere laag maakt dit tot een waardevol boek, zowel voor volwassenen als voor Young Adult.

Valerie Eyckmans (1977) schreef jarenlang columns en reportages voor tal van tijdschriften. Ze debuteerde in 2013 met de roman Verloren Maandag, genomineerd voor de Bronzen Uil. Een jaar later volgde De dierbaren.

Valerie Eyckmans - Het belang van schoon ondergoed. Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2017. Pb., 190 pg., ISBN: 978-94-6001-563-2.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

zondag 8 oktober 2017

Rinus Spruit - Broeder, schrijf toch eens!

Rinus Spruit (Nieuwdorp, 1946) is een laatbloeier. In 2008 verschijnt ter gelegenheid van de Week van het Zeeuwse boek zijn debuut als Zeeuws boekenweekgeschenk onder de titel: Zwieg stille. In 2009 herdrukt Cossee het boek met als titel De rietdekker, een familiegeschiedenis. Rinus Spruit schetst met gevoel het harde bestaan van zijn rietdekkersfamilie in het begin van de vorige eeuw. Maar het is meer dan een deels autobiografisch verhaal. Het is daarnaast een roman over een vader en zijn zoon. De oude rietdekker vertelt, zijn zoon schrijft het op. En blijft doorschrijven tot na zijn vaders dood. Het boek blijkt een succes, wordt vertaald en als toneelstuk bewerkt. Zijn tweede roman  Een dag om aan de balk te spijkeren (2013) (KLIK HIER) wordt eveneens goed ontvangen. Ook dit boek is in ruime mate autobiografisch, maar hier ligt de focus meer op het leven van de auteur zelf leven dan op dat van de vader.

Tijdens de Week van het Zeeuwse boek worden drie prijzen uitgereikt: een Juryprijs, een Publieksprijs en de Prijs van de Zeeuwse boekhandels. Zeeuwse schrijvers en/of boeken over Zeeuwse onderwerpen komen ervoor in aanmerking. In 2013 ontvangt Rinus Spruit de Prijs van de boekhandels voor zijn oeuvre dat op dat moment slechts uit deze twee boeken bestaat.

En nu is er van deze laatbloeier opnieuw een boek verschenen: Broeder, schrijf toch eens! Weer een romàn, zoals hij zelf benadrukt: grotendeels gebaseerd op zijn eigen leven, maar met kleine dichterlijke vrijheden. En weer over de verhouding tussen vader en zoon. Maar het is zeker geen herhaling van zetten. De toon is anders, de stijl en structuur wijken af van zijn vorige boeken en, het voornaamste, het thema vader-zoon is heel anders ingevuld.

Na de dood van zijn beide ouders besluit Rinus Spruit naar zijn ouderlijke woning te verhuizen. Juist de afwezigheid van de ouders maakt het gemis groter en de herinneringen aan vroeger helderder. Nu hij zelf ouder begint te worden, begrijpt hij dat hij zijn vader tekort gedaan heeft, hem niet altijd op waarde heeft geschat en vaak geringschattend over hem heeft gedacht. Dat doet pijn, want er is geen kans meer dat goed te maken. 

"Is het de leeftijd, die behoefte me te verdiepen in het leven van mijn vader en voorvaderen? Die drang meer te weten over mijn afkomst en geboortegrond? Of is het, nu mijn vader en moeder dood zijn, het besef van eindigheid? De wetenschap dat ik de eerstvolgende ben?" 

De toon is niet alleen melancholisch en de herinneringen niet alleen maar treurig. Zijn genoteerde gedachten zijn evenzo vaak nuchtere constateringen of filosofische afwegingen. Er gebeurt heel wat van binnen als hij stil achter het raam over de velden kijkt, het huisje ziet waar zijn grootouders woonden en de wisseling van de seizoenen en de rijping van de gewassen op de velden volgt. In het boek tollen de onderwerpen en de manier waarop ze aan de lezer gepresenteerd worden door elkaar: dagboeknotities van hemzelf, losse gedachten, het werkboekje van zijn vader, opkomende herinneringen aan zijn jeugd, vragen die hij zich stelt over verre familieleden: zijn overgrootouders, de geëmigreerde zussen van zijn opa. Op zolder vindt hij in een kist nog veel meer documenten, o.a. brieven van deze zussen. Ook die krijgen een plek in het boek.

Het lijkt een chaotisch geheel, maar gaat het niet vaak zo met herinneringen? Geeft het niet tevens aan hoe verwarrend het is om er door bestormd te worden door in dit huis te verblijven? Niet te weten hoe om te gaan met het besef van nooit meer iets te kunnen vragen of goed te maken?

De brieven van de zusters van zijn opa vanuit Amerika maken duidelijk hoe pijnlijk het is om op je oude dag te beseffen dat je elkaar nooit meer zult zien. Hoe ze hun broer missen. "Broeder, schrijf toch eens!" komt geregeld voor in hun brieven. Van de derde zus die naar Antwerpen vluchtte, achterhaalt hij weinig, maar hij besluit, op aanraden van een goede vriendin, er zelf een verhaal van de maken. Daarmee eindigt het eerste deel van het boek.

Is het tweede deel positiever, meer op de toekomst gericht? Nauwelijks. Hij heeft een afspraak via een contactadvertentie die hem totaal niet brengt wat hij hoopte. De herinneringen blijven terugkomen. En zijn eigen gezondheid begint ook problemen te geven.

"Ik ben niet met mijn dode vader bezig maar met mijn levende. Behoefte hem te helpen, zijn leven te leven, hem te behoeden voor onheil, zijn gids te zijn. Zijn leven lichter maken. Maar dat kan niet meer en dat hoeft niet meer. Hij heeft zijn leven al geleefd. Ik zou hem terug willen zien en word wanhopig omdat dat niet meer kan."

Als de dokter hem vertelt dat zijn ogen hem binnen afzienbare tijd in de steek zullen laten, begrijpt hij dat hij moet nadenken over verhuizen. Hij woont te afgelegen. Maar alleen al het nadenken daarover levert zoveel stress op dat hij het wegschuift. Het resulteert in maagklachten, maar ook in een ontmoeting die hem doet opleven. Is er toch nog hoop op een lichtere toekomst?

Als een auteur nadrukkelijk aangeeft dat zijn boek nogal autobiografisch is, met hier en daar wat wijzigingen om er een roman van te maken, ga je je onwillekeurig toch afvragen: welke zijn dat dan? Een heel groot deel van het verhaal komt zo authentiek over, dat ik hoop dat hij snel zal besluiten te verhuizen. Niet per se vanwege de gezondheid (een dichterlijke vrijheid hoop ik), maar vanwege de somberheid die hem in het huis van zijn ouders zo beklemt. Zijn contactadvertentievriendin (ook een dichterlijke vrijheid?) zegt daar rake dingen over. 

"Het leven dient vooruit geleefd, maar kan slechts achteruit begrepen worden", zeg ik, "dat heb ik niet van mezelf, hoor, dat is een uitspraak van Kierkegaard." "Dat is het nou juist," zegt ze fel, "jij leeft achteruit! Jij leeft de verkeerde kant op!". 

Het is geen vrolijk boek, het is vaak melancholisch en beklemmend. Maar het is allemaal zo mooi opgeschreven. Met prachtige sfeertekeningen, diepzinnige overwegingen en hele nuchtere en rake constateringen. Als hij in het trouwboekje van zijn grootouders de doorgestreepte namen van twee van hun overleden kinderen ziet, schrijft hij:

"Levens doorgestreept of het om een correctie van een proefwerk gaat. Ik zie het voor me: opa, die naar het gemeentehuis sloft met het trouwboekje in zijn hand om het overlijden van zijn drie weken oude dochtertje aan te geven. Een ambtenaar met een brilletje pakt een pen en een liniaaltje en streept met een keurige rechte lijn het leven door. Levens doorstrepen, hij doet de hele dag niets anders."

Een herinnering hoe hij zich nestelt in de voorraad riet van zijn vader bij het schuurtje van zijn opoe:

"Ik zat daar veilig in het riet en voelde me beschermd. Nu, later, jaren later,  stel ik vast dat dit een toestand van geluk was. Denkt een kind van acht erover na of hij gelukkig is?"

Het harde leven van zijn eenvoudige (voor)ouders, de herinneringen aan een gelukkig jeugd, de mijmeringen achter het raam, het genieten van de natuur rondom zijn huis en ja, ook de sombere gedachten: ze horen er allemaal bij. Samen maken ze dit boek tot een waardige opvolger van de vorige twee.

Rinus Spruit - Broeder, schrijf toch eens! Amsterdam, Cossee, 2017. Pb., 156 pg., isbn:978-90-5936-733-3.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

donderdag 5 oktober 2017

Diane Broeckhoven - De Poppendokter

Hendrik Roest (10) en zijn Joodse bovenbuurmeisje Esther Levine (7) spelen argeloos in de beschutte binnentuin van hun Amsterdamse grachtenhuis. Dat het oorlog is, gaat aan de kinderen volledig voorbij. Pas later zullen ze de signalen herkennen die wel degelijk aanwezig waren, maar die ze toen niet begrepen. Ze spelen vaak "huishoudinkje", met de pop Trui als hun kind. Als Esther op een dag in 1942 snel naar binnen geroepen wordt, blijft Hendrik verbaasd achter met de pop. Het zal een leven lang duren voor de pop hen weer bij elkaar brengt.

Samengevat lijkt het een simpel verhaaltje. Maar de uitwerking ervan door Diane Broeckhoven is bijzonder: spannend en ontroerend tegelijk. Het legt bloot hoe de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog nog generaties lang kunnen doorwerken. In dit boek gaat de meeste aandacht uit naar de Jodenvervolging en de nasleep daarvan. Niet met de nadruk op de gruwelijke gebeurtenissen, maar op het menselijk handelen naar aanleiding daarvan. Wie speelde welke rol bij het oppakken van Esthers familie, wat doet het met een kind dat plotseling van huis weg moet, heimwee heeft ook al wordt er goed voor haar gezorgd en dat terugkomt bij een moeder die getraumatiseerd is?

In korte hoofdstukken wisselt Diane Broeckhoven "Toen" en "Nu" af. Afwisselend lezen we over het verloop van het leven van Esther en dat van Hendrik. Daarbij wordt de schrijfstijl in de "Toen" hoofdstukken aangepast aan de leeftijd en de levenservaring van de beschreven persoon op het moment van handeling. Dat maakt dat je je als lezer betrokken gaat voelen bij het lot van het tweetal. Terwijl jij, als volwassene wel begrijpt of vermoedt wat er speelt.

"Ze sperde haar ogen wijd open van ongeloof. Ze zocht steun bij haar moeder, die nog steeds als bevroren aan de overkant van de tafel stond. "Maar mama, ik ken deze mevrouw niet en oom Gerrit al helemaal niet. Ik wil niet logeren bij mensen die ik niet ken. Ik wil het niet..." Ruth legde haar hand op haar keel, alsof ze de schreeuw die zich daar schuil hield, wilde tegenhouden. Ze opende haar mond, maar er kwam geen geluid uit. Esther trachtte zich los te wringen uit haar vaders armen, maar het lukt niet. Zelfs niet met kietelen. Ze was plots woedend op hem. "Het is voor je eigen veiligheid, meisje. Het moet." zei hij. "We zien elkaar gauw weer. Ik beloof het je."

Eigenlijk is hier sprake van een Romeo en Julia verhaal in een modern jasje. De beide families zien de vriendschap tussen tussen de kinderen niet zitten, omdat ze wantrouwend en afwijzend tegenover elkaar staan. Esther duikt onder, Hendrik verhuist. Maar de pop neemt hij steeds mee, in de hoop die ooit terug te kunnen geven aan Esther. Rond hun dertigste komen ze elkaar bij toeval tegen, willen de jeugdvriendschap voortzetten, maar door pech en de tegenwerking van de beide moeders verliezen ze elkaar weer uit het oog. Ondertussen zijn ze ervan overtuigd dat de ander geen belangstelling meer heeft. 
Het leven gaat verder en het zal nog heel lang duren voor ze elkaar weer ontmoeten. Hendrik heeft zo langzamerhand zijn vermoedens over de rol van zijn ouders destijds, Esther ontdekt die van haar moeder kort na haar overlijden. Ze zijn er boos en verdrietig over. Het had allemaal zo anders kunnen zijn. Beiden proberen te begrijpen wat hun ouders bewogen heeft. En niet te oordelen, al is dat erg moeilijk. Het is nu eenmaal zoals het is. En al zijn ze inmiddels oude mensen, het laatste hoofdstuk heet toch "Nu - Laatste kans". Of die er nog is? Dat mag de lezer zelf uitmaken.

Diane Broeckhoven (Antwerpen, 1946) woonde vanaf 1970 30 jaar in Nederland. In 2000 keert ze terug naar haar geboortestad. Er staan dan al meer 20 jeugdboeken op haar naam. Die leveren haar meermaals literaire prijzen op, waaronder twee Boekenleeuwen. Ze schrijft voor de jeugd op een indringende manier over taboedoorbrekende onderwerpen. In 1998 schrijft ze haar eerste roman voor volwassenen: De buitenkant van Meneer Jules (KLIK HIER). Het boek zorgt voor een internationale doorbraak (vertaald in 16 landen). Het vervolg op dit ontroerende verhaal is Reiskoorts (KLIK HIER).

In haar romans weet Diane Broeckhoven met een scherp inlevingsvermogen grote levensthema's te vatten in een uiterst toegankelijk verhaal, waarbij problematische relaties vaak aan de basis ervan liggen. Ze is een meester in het oproepen van sferen, in een subtiele en trefzekere taal. De hoofdrol is niet zelden voor ouderen of voor een volwassen kind dat terugkijkt naar de verhouding met zijn/haar inmiddels bejaarde ouder.

Diane Broeckhoven - De Poppendokter. Antwerpen, Vrijdag, 2014. 128 pg., ISBN:978-94-6001-280-8.

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

Deze recensie verscheen het eerst op Mijn Boekenkast.

zaterdag 30 september 2017

Tim Parks - De roman als overlevingsstrategie

Toen ik vijftig jaar geleden les kreeg van Kees Fens op de Bibliotheek Academie in Amsterdam (de eerste en enige op dat moment), was het vloeken in de kerk als je ook maar iets van de achtergronden van een schrijver wilde betrekken bij het beoordelen van een boek. Het boek diende als een autonoom kunstwerk beschouwd te worden. Ik voelde me daar niet prettig bij. Het was voor mij dan ook een hele opluchting in het boek van Tim Parks te lezen dat hij iets dergelijks meemaakte tijdens zijn studie Engelse literatuur.

"Maar ik voelde meteen dat er iets mis was. Waarom mochten we nooit praten over de schrijvers zelf en de rol die boeken speelden in hun leven? Er kwam altijd een rode streep te staan door je opstel als je probeerde na te denken over het ontstaan van het verhaal. En waarom spraken we nooit over de lezers, over wie welke boeken las en waarom sommige boeken duidelijk geschreven waren voor een bepaald type mens en andere boeken schijnbaar voor niemand, tenzij misschien voor de auteur zelf? Waarom mocht je nooit spreken over je persoonlijke reactie, waarom je bijvoorbeeld niet van een bepaald boek hield, zelfs een klassieker; waarom je een goede reden had om er niet van te houden, of meende te hebben, en waarom je er merkwaardig genoeg een grote hekel aan bleef houden zelfs als je er geen goede reden voor had, ook al hadden alle autoriteiten de tekst subliem verklaard. Vreemd genoeg sloot de STUDIE van literatuur systematisch de ERVARING van literatuur uit."

Dat laatste is voor een studie aan de Bibliotheek Academie nog merkwaardiger. Hoewel het vijftig jaar geleden nog je taak was om de bibliotheekbezoekers (indien van toepassing) te begeleiden van het niveau van streekromanlezers tot dat van literatuurliefhebbers, was het daarnaast de bedoeling dat je een collectie kon samenstellen die voldeed aan de behoefte van je klanten. En dat lijkt een onmogelijke opgave, als je de leeservaring uit moet sluiten. Vandaar mijn ongemak, en mijn opluchting bij het zien van de ondertitel van Tim Parks boek: "Een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer."

Aan de hand van de levensloop en de uitgegeven werken van vier auteurs toont Parks aan wat hij bedoelt. Het gaat om James Joyce, Thomas Hardy, D.H. Lawrence en Charles Dickens. En (op verzoek van de uitgever en niet geheel van ganser harte) van hemzelf. Dat het hier om Engelse auteurs gaat, is geen enkel probleem. Ik ken hun namen en werken weliswaar alleen van horen zeggen, maar de uitwerking is degelijk genoeg om het betoog te kunnen volgen. Het zou zomaar van toepassing kunnen zijn op Nederlandstalige auteurs.

Hij toont aan dat niet alleen bepaalde thema's verwijzen naar de levensloop van een schrijver, maar dat ook het gedrag, de gevoelens en gedachten van zijn hoofdpersonen in een bepaald daglicht komen te staan. Hij stelt echter nadrukkelijk: 

"Het is banaal om te zeggen dat een boek OVER gebeurtenissen uit het leven van de auteur gaat en dan meer aandacht aan die gebeurtenissen te schenken, dan aan het boek zelf."

De auteur gebruikt uiteraard zijn fantasie bij het schrijven van zijn roman. Toch put hij, al dan niet bewust, op verschillende manieren uit zijn persoonlijke belevingswereld, achtergronden en overtuigingen. Het kan voor een lezer een waardevolle toevoeging zijn daar iets van te weten, om zo beter te begrijpen waarom een bepaalde roman hem zo aanspreekt of juist tegen staat. Dat zegt in beide gevallen ook iets over de lezer zelf en hoe die in het leven staat.

Parks benadrukt dat hij het hier over literatuur heeft. Er is niets mis mee een boek te beoordelen op de technische kwaliteiten waaraan literatuur moet voldoen. Lidewijde Paris legt in Hoe lees ik? (KLIK HIER) uit waaraan je het vakmanschap van schrijvers kunt herkennen. Maar zij besteedt ook nadrukkelijk aandacht aan het referentiekader van de lezer en de poëtica van auteurs, lezers en critici. Dat laatste verwijst naar het geheel van opvattingen dat een schrijver, uitgever, lezer of recensent heeft over wat literatuur is. En dat zo individueel is, dat het niet zelden tot een verschil van mening komt bij het beoordelen van een literaire roman.

Zet hij hiermee de beroepsrecensenten buiten spel? Niet noodzakelijkerwijs, als ze zich tenminste willen beperken tot een technische bespreking en zich realiseren dat zelfs daarbij persoonlijke factoren een rol spelen. En dat hun afkeuring van of voorkeur voor een bepaald werk niet automatisch hoeft te betekenen dat de lezers op dezelfde manier op het boek zullen reageren.

De auteur schrijft in principe (meestal toch) om gelezen te worden, om zijn lezers iets te bieden waarvan hij denkt dat het waardevol is. In deze tijden van Tv-interviews en lezingen zijn schrijvers vaak bekende persoonlijkheden wiens levensverhalen voor een deel bekend zijn bij het grote publiek. Toch begint de belangstelling voor de persoon van de schrijver meestal pas nà het lezen van een van zijn boeken. De kiem ligt in het werk zelf: in de thema's, de personages, de gebeurtenissen.

Tim Parks moedigt met De roman als overlevingsstrategie lezers aan op zoek te gaan naar de redenen achter hun voorkeur voor of afkeer van bepaalde boeken en auteurs. Samen met Hoe lees ik? van Lidewijde Paris moet dat lukken.

"Ik wil alleen maar suggereren dat jouw positie, net als de mijne, niet te danken is aan een erkenning van een absolute kwaliteit van de auteur, maar aan de mate waarin het "klikt" tussen twee mensen met verschillende wereldvisies, die aanvullend of tegenstrijdig kunnen zijn. Voor mij maken je literaire voor- en afkeuren deel uit van het bredere patroon van je relaties, en zijn ze verbonden met het soort gezin dat je hebt, het leven dat je leidt. Hoewel schrijven in het algemeen niet per se "goed" is of zelfs "iets goeds" kan het een erg levendig iets zijn, ik bedoel dat het deel uitmaakt van het leven. Wanneer we een roman openslaan, begeven we ons, net als bij elke ontmoeting, in een gevarenzone." (Uit het voorwoord).

Tim Parks - De roman als overlevingsstrategie. Een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer. Amsterdam Arbeiderspers, 2017. Pb., 238 pg. Met lit. opg. ISBN: 978-90-295-07011.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

woensdag 27 september 2017

Sanneke van Hassel - Nest

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 1971) is tot nog toe vooral bekend als auteur van verhalenbundels. Ze beheerst dit genre dan ook zo goed dat ze er al meerdere prijzen mee in de wacht sleepte. Na haar debuut IJsregen (2005) verschenen Witte veder (2007), Ezels (2012) en Hier blijf ik (2014). Als enthousiast pleitbezorger van het korte verhaal stelde ze met Annelies Verbeke de bundel Naar de stad (2012) samen: een bloemlezing met hedendaagse korte verhalen uit de hele wereld.
Naast het schrijven maakt Sanneke programma's over het korte verhaal. In 2010 organiseerde zij in De Balie in Amsterdam Hotel van Hassel, een weekend over het hedendaagse korte verhaal met schrijvers uit heel Europa. Sindsdien organiseert zij, in samenwerking met de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, avonden rondom het korte verhaal, o.a. over het werk van Lydia Davis en A.L. Snijders.

Onlangs verscheen Stille grond (2017), haar tweede roman. Door alle (terechte) aandacht voor de goed geschreven verhalenbundels is haar eerste roman Nest (2010) een beetje aan de aandacht ontsnapt. Tijd voor een herkansing dus.

In een interview vertelde Van Hassel dat ze altijd eerst op zoek gaat naar een plek en dat die vervolgens de spil van het verhaal vormt. In Nest is dat een laan met welgestelde burgers. Ze wonen in villa's met goed onderhouden tuinen, achter heggen en ijzeren hekken. De vrouwen houden zich bezig met tuinieren en theedrinken, de mannen zetten zich in voor het behoud van het historische kerkje of werken dag en nacht aan hun carrière en inkomen, de kinderen hockeyen en de volwassenen tennissen. Maar is het allemaal wel wat het lijkt? Schone schijn en Keeping up appearances zijn uitspraken die hier zonder meer op van toepassing zullen blijken te zijn.
In sommige recensies wordt gesteld dat de stereotypische beschrijving van de bewoners van de laan, hun bezigheden en hun opvattingen nogal cliché zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Alleen door dit milieu op deze manier te beschrijven, kon ze ook humor in het verhaal brengen door het uitvergroten van de manier waarop deze schone schijn krampachtig hooggehouden wordt.

Julia is zestien en zwanger. Ze vertelt dat pas heel laat aan haar ouders, te laat om er nog iets aan te kunnen doen. Ook wil ze niet vertellen wie de vader van haar kind is. De ouders staan voor een groot probleem: hoe handelen ze dit af, zonder dat de buurt er iets van te weten komt? Een simpel gegeven, maar geraffineerd uitgewerkt!

Een tiental personages komt om de beurt aan het woord. Behalve Julia, zij spreekt zich alleen uit in het laatste, overrompelende hoofdstuk. Handig maakt Van Hassel op deze manier gebruik van de truc de lezer op de hoogte te laten zijn van de gedachten en daden van de personages, zonder dat die onderling weten wat er speelt. Het diept hun karakter uit, legt verhoudingen bloot, brengt extra spanning in een verhaal. Drijfveren, huichelarij, ontrouw, naïviteit, jaloezie: het komt zo genadeloos aan de oppervlakte. Terloops laat Van Hassel ons zo zelf een beeld vormen van de aard van de mensen waar het verhaal om draait.

Alleen Julia is moeilijk te peilen. Ze zwijgt, meestal. Terwijl het eigenlijk haar probleem is, weten we niet wat er in haar omgaat. Er wordt over haar gesproken en over haar beslist. Het brengt je als lezer in verwarring en wie denkt dat het laatste hoofdstuk, waarin ze wel aan het woord komt, duidelijkheid verschaft, komt bedrogen uit. Ook daar mag je van Van Hassel zelf je conclusies uit trekken. En toch is het een ijzersterk slot.

Met Nest heeft Sanneke van Hassel bewezen, dat ze ook romans kan schrijven. Dit is een boek dat je aandacht vast blijft houden door de subtiele manier waarop het geschreven is. De lezer krijgt een eigen taak: leg maar verbanden, trek maar conclusies, voorzie de ontwikkeling van het verhaal. En door al die verschillende invalshoeken die je aangereikt krijgt, is dat niet altijd eenvoudig. En dat maakt het nu juist zo boeiend!

Sanneke van Hassel - Nest. Amsterdam, De Bezige Bij, 2010. 187 pg., isbn:978-90-234-5471-7.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

zondag 10 september 2017

Philippe Claudel - Het kleine meisje van meneer Linh

In 2014 stelde Literasa voor van de maand september de Maand van het Franse boek te maken (KLIK HIER). Ik vond het leuk om mee te doen, maar dan wel in vertaling. Het werd Grijze zielen van Philippe Claudel. In de jaren daarna deed ik ook mee, soms met wat vertraging. En ik las meer van Claudel. Vorig jaar was dat Het verslag van Brodeck. Ik was er erg van onder de indruk (KLIK HIER).

Dit jaar zag ik geen oproep verschijnen. Maar toen ik hier op mijn vakantieadres een Claudel in de boekenkast zag staan die ik allang eens had willen lezen, besloot ik dat ook dit jaar september weer de Maand van het Franse boek werd en ben ik vol verwachting begonnen aan Het kleine meisje van meneer Linh.

Alles is meneer Linh kwijt, als hij besluit zijn land te verlaten. Zijn dorp is verwoest door oorlog, zijn vrienden zijn gedood door bombardementen. Ook zijn zoon en schoondochter overleefden de aanvallen niet, toen zij, met hun pasgeboren dochtertje, op het land aan het werk waren. In zijn koffertje neemt hij een foto, wat kleren en een linnen zakje met aarde van zijn geboortegrond mee. En natuurlijk zijn kleine meisje, zijn alles. Op de boot ziet hij vol verdriet zijn land langzaam in de verte verdwijnen.

Claudel vertelt ons niet waar meneer Linh woonde (een Aziatisch land vermoedelijk) en ook niet waar hij heen ging (Frankrijk waarschijnlijk). Dat is ook van geen enkel belang. Het verhaal is tijdloos, zou vandaag geschreven kunnen zijn. Vluchtelingen zijn van alle tijden. De gevoelens van heimwee en verlangen naar vroeger, toen alles nog goed was, zijn ook hen bekend. En de problemen die hij ondervindt in het land van opvang zijn identiek.

Meneer Linh komt in een ander, kouder klimaat terecht. Hij verstaat de taal niet, begrijpt niet goed wat er precies van hem verwacht wordt en hoe zijn toekomst eruit zal zien. Maar hij besluit dat, hoe moeilijk of het ook zal zijn, hij sterk zal blijven voor zijn kleine meisje. Zijn landgenoten in de opvang laten hem links liggen. Gelukkig kan hij af en toe spreken in zijn eigen taal met een meisje dat zijn taal spreekt en als tolk optreedt. Ze raadt hem aan af en toe eens naar buiten te gaan.

Als hij dat uiteindelijk durft, ontmoet hij op een bankje bij het park een man van zijn leeftijd, meneer Bark. Zonder dat ze elkaar kunnen verstaan, bouwen ze een vriendschap op. Ook meneer Bark heeft een verlies geleden: zijn vrouw is pas overleden en hij is kinderloos. Ze steunen elkaar in deze moeilijke periode, zonder iets van de ander te weten. Elke dag zoeken ze elkaar op en de vriendschap wordt steeds sterker. Maar dan slaat het noodlot toe: het opvangcentrum zal gesloten worden en Meneer Linh moet met zijn kleine meisje naar een ander woonoord. Radeloos is hij. Zal hij zijn vriend ooit nog terugvinden?

Wat begint als een melancholisch, verdrietig verhaal, verandert langzamerhand in een aangrijpende en ontroerende geschiedenis die tot de laatste bladzijde de spanning erin houdt, om dan te eindigen met een slotakkoord dat ik niet aan zag komen. De structuur zit goed in elkaar, waardoor je als lezer weet wat er omgaat in Meneer Linh èn wat de zorgen zijn van Meneer Bark. En hoe ze over elkaar denken, ondanks het communicatieprobleem. De vertelstijl is beeldend en boeiend. Als lezer word je heen en weer geslingerd tussen de dromen en herinneringen van Meneer Linh en de harde realiteit die hem omringt, maar die hem vaak ontgaat. 

Deze novelle heeft me geraakt en zal me nog lang bij blijven. Al lees ik in principe alleen Nederlandse literatuur, voor Claudel wil ik graag nog eens een uitzondering maken.

Philippe Claudel - Het kleine meisje van Meneer Linh. Vert. uit het Frans door Manik Sarkar. Amsterdam, Bezige Bij, 2008. Pb. 142 pg., isbn: 978-90-234-2858-9.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

woensdag 6 september 2017

Wat ik deze zomer las

Soms zit het allemaal even niet mee in het leven en dan is bloggen over boeken niet het eerste waar je je mee bezig houdt. Ik zag net dat het al zeker 6 weken geleden is dat ik een recensie schreef. Aan #50books heb ik nog wel een paar keer meegedaan, om hier niet helemaal afwezig te blijven. Maar toen ik het gevoel kreeg dat de aard van de vragen er op gericht was zoveel mogelijk links naar Bol.com te kunnen plaatsten met behulp van mijn antwoorden, heb ik die de laatste tijd ook maar even voorbij laten gaan. Toch is het zo langzamerhand tijd weer eens iets van me te laten horen op dit blog. Want gelezen heb ik natuurlijk wel ondertussen. Misschien leuk om in elk geval te weten wat er nog in de pijplijn zit.

1. Tom Parks - De roman als overlevingsstrategie.
Parks is ervan overtuigd dat de inhoud, de stijl, het soort verhaal én de manier van vertellen samen de overlevingsstrategie vormen die de auteur ontwikkelt als reactie op spanningen in zijn of haar persoonlijke leven. De lezer reageert tijdens het lezen van een roman op vergelijkbare wijze als tijdens een persoonlijke ontmoeting – hij probeert de auteur te doorgronden. De roman als overlevingsstrategie is een biografie van het schrijven zelf. 
Een boek naar mijn hart. Eindelijk iemand met dezelfde denkbeelden over de verhouding tussen lezer en schrijver als ik. Maar een recensie erover schrijven is niet eenvoudig. Toch moet die er in elk geval nog komen.

2. Bregje Hofstede - De herontdekking van het lichaam; over de burn-out. 
In De herontdekking van het lichaam gaat Bregje Hofstede op zoek naar een antwoord op de vraag waarom zij zich vervreemd voelt van haar lichaam. Hoe heeft de breuk tussen lichaam en geest kunnen ontstaan? Hoe speelde die mee in de burn-out die ze op haar vierentwintigste kreeg? Hoe kun je schrijven met je lijf? Hofstede vertelt hoe ze in een burn-out terechtkwam en zich er langzaam aan ontworstelde, en gaat op zoek naar de filosofische en maatschappelijke context van die ervaring. Het resultaat is een doorleefd relaas over de gezondheidsrage die niet over welzijn gaat, maar over presteren; over het filosofische ideaal van zelfkennis en waarom dat zo zelden op het lichaam werd toegepast; en wat er gebeurt als je dat toch doet. 
Hoewel een interessant boek, zal ik er geen recensie over schrijven.

3. Het suikervogeltje - Pauline Vijverberg.
Het suikervogeltje' is een historische roman, gebaseerd op het leven van weesmeisjes die in de zeventiende eeuw naar Zuid-Afrika emigreren. Het is 1688. De bestemming is Kaap de Goede Hoop. Er is een tekort aan Hollandse vrouwen. Het weesmeisje Ariaan, avontuurlijk, dromerig en oprecht, vaart met haar zusje Willemijn en zes anderen op uitnodiging van de VOC naar een onbekend continent als "bruid op bestelling". Deze roman gaat over de band tussen de twee zusjes. Het gaat over hoop en de hang naar avontuur, over schuldgevoel en verraad, maar bovenal gaat het over loyaliteit en liefde. De geschiedenis van Zuid-Afrika in de periode 1687-1701, tijdens het bestuur van vader en zoon Van der Stel, vormt de achtergrond van het verhaal. 
Ook hier zal geen recensie over verschijnen. Ik weet zeker dat het voor velen een mooie roman zal zijn om te lezen. Maar ik heb hem niet uitgelezen. Er valt veel uit te leren over de beschreven periode, maar voor mij was het allemaal wat te uitleggerig. Misschien omdat veel ervan mij al bekend was. Er waren meer bezwaren, maar ik wil het hier bij laten om anderen niet te ontmoedigen. Gewoon proberen!

4. Corine Kisling - De engelenbak.
'Ouderdom is als de pest,' zegt meneer Cirkel. 'Contact met de buitenwereld moet vermeden worden, want de ziekte is besmetelijk en er is geen remedie voorradig. Het wachten is op de redding, het serum. En ieder vult dat wachten en dat serum op zijn eigen manier in.' Voor Jana Kardoen, tweeënnegentig jaar, betekent wachten niet stilzitten. Vanaf de dag dat ze als veertienjarig meisje bij de Hama's in dienst kwam heeft die familie haar leven bepaald en is haar eigen verhaal naar de achtergrond gedrongen. Nu, bijna tachtig jaar later vullen de Hama's nog steeds haar leven en duiken ze op in elke herinnering: flashbacks, die door een foto, een woord, een geur kunnen worden opgeroepen en niet altijd even welkom zijn. Voor Boris Stam, achterkleinzoon van Huibert Hama, lijken 'Het Tolhuis' en de fancy-fair die er georganiseerd gaat worden zeer geschikt voor de videofilm die hij wil maken over Mens en Maatschappij. Maar hij en zijn vrienden hebben zo hun eigen ideeën omtrent wachten en weergave van de harde realiteit, waardoor het vrolijk bedoelde feest een grimmig einde vindt: in de dood. een sterfgeval waarvan Jana Kardoen het hare denkt.
Een prachtig verhaal, waar zeker nog een recensie over zal komen.

5. De Koloniën van Weldadigheid: een uitzonderlijk experiment.
Een samenvatting van het rapport dat ingeleverd is bij de Unesco om hopelijk in het voorjaar van 2018 in aanmerking te komen voor de titel: Werelderfgoed. Prachtig uitgevoerd, met veel foto's en een hele goede samenvatting van de geschiedenis èn toekomst van het erfgoed van de koloniedorpen in Nederland en Vlaanderen. Als je je afvraagt waar dit over gaat": ik schreef er al eerder een artikel over bij drie boeken over het onderwerp van Wil Schackmann. KLIK HIER Maar er komt zeker nog een recensie van.

6. Philippe Claudel - Het kleine meisje van meneer Linh. 
Diep getroffen heeft dit ontroerende verhaal me. En wat een mooie vertelstijl! Voor de meesten waarschijnlijk al wel een bekend boek. Ik zal er t.z.t. mijn recensie bij voegen.

Komende week zal ik proberen vanuit mijn vakantieadres aan de roman van Sanneke van Hassel te komen: Stille grond. Ik was al eerder onder de indruk van haar korte verhalen. Het interview afgelopen zondag bij VPRO boeken gaf de doorslag: die ga ik kopen. In een ECHTE boekwinkel.

Ik hoop dat iedereen die zich afvroeg waar de recensies bleven een beetje gerustgesteld is: ze komen er aan. Even geduld nog.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

vrijdag 11 augustus 2017

De bijzondere logica van mijn boekenkasten

Het is al vaker verteld hier: ik heb veel te veel boeken en boekenkasten. Wil je dan nog iets terug kunnen vinden, dan moet er toch een zekere logica in je opbergsysteem zitten. En al denkt een buitenstaander op het eerste gezicht misschien van niet: die logica is zeker aanwezig, maar het is natuurlijk wel MIJN logica.
Want dat is wat Martha bij vraag 32 van #50books wil weten (KLIK HIER):

 "Hoe sorteer je je boeken, online en in de kast?"

ONLINE

Om met het gemakkelijkste te beginnen: online stelt niet veel voor. Ik heb een poosje op Hebban bijgehouden wat ik gelezen had, wat ik wilde lezen en wat ik aan het lezen was. Dat is al even niet meer bijgehouden, ik zag er de meerwaarde niet van in. Over elk gelezen boek schrijf ik een blog, dus dan weet ik ook wat ik las. Wat ik aan het lezen ben, weet ik ook zo wel. En of dat anderen interesseert? Geen idee. Alleen voor wat ik nog lezen wil, is het wel handig. Onlangs heb ik een beginnetje gemaakt met Goodreads, maar ik heb me er nog niet echt in verdiept.
Apart vermeld moeten misschien de boeken worden die ik op Boekwinkeltjes en Marktplaza heb staan om te verkopen. Ze staan trouwens ook op aparte planken op zolder. Toen ik daar 13 jaar geleden mee begon liep het goed, nu verkoop ik daar zelden nog iets. Ik breng ze liever naar het antiquariaat.
Ik heb ook nog een aantal e-books, maar dat zijn er zo weinig, dat ze hier niet meetellen. De meeste e-books die ik lees, leen ik trouwens uit de bieb, dus die verdwijnen vanzelf weer van mijn "boekenplankje".

PAPIER

Maar dan het sorteren van echte boeken. Zoals bij waarschijnlijk de meesten onder ons maak ik in principe een onderscheid in fictie en non-fictie. Maar echt streng ben ik daarin niet. Als ik geïnteresseerd ben in een bepaald onderwerp, dan staan de non-fictie boeken, de literaire non-fictie boeken en de fictie erover bij elkaar op een plankje. Zoals bv. in het geval van de boeken over de Maatschappij van Weldadigheid en hun instellingen, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Wie hier vaker komt lezen, zal weten welke ik bedoel.

Voor Zeeland (waar ik woon) heb ik zelfs een klein kastje in de kamer staan met twee planken waarin alles door elkaar staat: jeugdboeken, romans, wandelgidsen, natuurboeken, atlassen, kaarten, geschiedenis en cultuur. Kees Slager is er prominent aanwezig. Maar ook het fotoboek over De Ramp en De verdronkene van Margriet de Moor.

Op zolder staan de meeste non-fictieboeken, gesorteerd op thema: natuur, wandelgidsen, kunstboeken en catalogi, cultuurhistorie en filosofie etc. Dan zijn er enige planken met oude boeken van mijn (groot)ouders. Ook die gesorteerd op fictie (op alfabet in de kast) en non-fictie. Ze moeten uitgezocht worden, dus ik heb ze verder niet gesorteerd.

LOGEERBOEKEN

Een heel speciaal plankje is van mijn kleindochter Joyce: net zo dol op boeken als haar oma. Als haar moeder er op aan dringt dat er een aantal van weg doet, omdat ze er te groot voor is en al weer zoveel andere heeft intussen, is ze ten einde raad. Heel verdrietig, ze kan er geen afscheid van nemen. En wie begrijpt dat beter dan haar oma?  Dus hebben we een afspraak: ik neem ze mee en zet ze op haar eigen plankje op zolder, dan kan ze er altijd weer bij. Ze logeren zogezegd hier. Soms kijkt ze er nog wel eens naar, niet vaak, maar de wetenschap dat ze er nog zijn, dat is nu belangrijk. Uitzoeken en weggeven, kan altijd nog.

Blijven over de twee grote kasten in de huiskamer. In de ene zit voornamelijk Nederlandse literatuur uit de tweede helft van de vorige eeuw. Een een plank met poëzie. De andere bevat meer recente boeken, zowel fictie als non-fictie, zowel gelezen, als ongelezen, geleend, gekocht of als recensie-exemplaar ontvangen. De non-fictie boeken staan op thema verdeeld over enkele planken.

De fictie heeft hier een eigen logica. Zo zijn er enkele planken gereserveerd voor de Nederlandse auteurs van Uitgeverij Cossee. Enkele planken voor Remco Campert en eentje voor Bernlef en Van Dis. Alle andere romans staan niet op alfabet of kleur, maar op "nog lezen of bespreken". Of "al gelezen" en nog beslissen naar welke andere kast ze moeten verhuizen of dat ze naar het antiquariaat kunnen.

SURINAME

Ook hier één speciaal plankje: met Surinaamse literatuur. Ik heb er dierbare herinneringen aan. Toen ik nog een leesclub begeleidde hebben we een jaar lang boeken gelezen die geschreven zijn door Surinaamse auteurs of over Suriname gingen. Dat was een hele inspirerende ervaring. Ik kan het iedereen aanraden. Wie via mijn blog op het trefwoord Suriname zoekt, vindt een aantal suggesties.

© Jannie Trouwborst, augustus 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

woensdag 26 juli 2017

Ideaal: een gebonden boek met de juiste inhoud

Honderden boek staan er hier in huis. Netjes op alfabet of op onderwerp, in vele boekenkasten verspreid door het hele huis. Eigenlijk heb ik er nooit zo bij stil gestaan welke daarvan het prettigst in de hand ligt, want dat is wat Martha bij vraag 30 van #50books wil weten (KLIK HIER).

Een boek kan vele kwaliteiten hebben, maar die hebben toch vooral met de inhoud te maken. Boeit de roman, zijn de afbeeldingen in het non-fictieboek van goede kwaliteit? Spreken de gedichten aan, kloppen de feiten in de biografie?

Het uiterlijk komt op de tweede plaats. Ik heb inmiddels wel geleerd niet op de kaft af te gaan. Een prachtig vormgegeven omslag kan een monster van een verhaal verbergen, terwijl ik heel bijzondere verhalen heb gelezen die een totaal fout gekozen afbeelding op de kaft hadden staan. Als ik niet van tevoren genoeg over de inhoud geweten had, zou ik het betreffende boek nooit gekocht hebben. Eigenlijk is het net als bij mensen: verkijk je niet op de buitenkant, maar stel je open voor wat van binnen verborgen ligt.

Dat gezegd hebbende, wil ik wel een voorkeur uitspreken voor gebonden boeken. Als ik bij de aanschaf kan kiezen voor een pocketuitvoering of een gebonden exemplaar, dan toch dat laatste. Ik heb een enorme hekel aan pocketboeken die zo stijf zijn dat je ze tijdens het lezen met kracht open gevouwen moet houden. Of je moet een behoorlijke knik in de rug maken, waardoor je weer het risico loopt dat de bladen op den duur los raken. Voor mij zijn bibliotheekboeken ideaal, want: altijd gebonden!

E-books lees ik meestal op mijn tablet, want die is ook geschikt voor bibliotheekboeken. Lekker op de bank, met opgetrokken knieën en dan de tablet er tegenaan. Net zo gemakkelijk als met een gewoon boek. Ik heb ook een e-reader, maar die gebruik ik bijna nooit, alleen buiten wel eens vanwege de betere leesbaarheid bij zonlicht. Als ik moet bepalen welke het prettigst in de hand ligt van deze twee, dan kies ik toch voor de tablet. Ik heb trouwens ook wel eens een e-book van de bieb op mijn PC gelezen. Maar die is uiteraard van deelname aan deze verkiezing uitgesloten!

Groot formaat boeken, zoals kunst- en fotoboeken, lees ik het liefst aan tafel. Ze zijn te zwaar om nog lekker in de hand te liggen....

Ik heb zo'n voorgevoel dat de antwoorden op deze vraag deze week veel op elkaar zullen lijken..... We zullen zien.

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.

maandag 24 juli 2017

Hans Dorrestijn - Dorrestijns Natuurgids

Vorig jaar won ik bij een fotowedstrijd Dorrestijns Natuurgids. Deze zomer volgde ik op de TV de herhalingen van het vogelprogramma De Baardmannetjes. Daarin gaan vogelkenner en -beschermer Nico de Haan en schrijver/cabaretier/vogelaar Hans Dorrestijn elke aflevering een weekend samen op stap om vogels te kijken in een Nederlands natuurgebied. 

Inmiddels is het vierde seizoen begonnen. De herhalingen werden op 5 avonden per week uitgezonden, vanaf het eerste seizoen. Achteraf is het leuk om te zien hoe de verstandhouding tussen de twee zo verschillende persoonlijkheden zich ontwikkelde. Van aftasten, een rol kiezen, wrevel, onwennigheid met de camera erbij, tot waardering en respect, plagen, provoceren en grappen maken, elkaar aanvullen. Inmiddels kunnen ze goed met elkaar overweg en ziet het er naar uit dat ze er plezier in hebben om samen op pad te gaan.

Zowel de verhalen over de vogels, als de natuurgebieden die ze bezoeken hebben mijn interesse. Maar waar ik het meest van geniet zijn de verhaaltjes die Dorrestijn in de uitzending zit te typen op een plekje in het gebied: op z'n Dorrestijns. En toen herinnerde ik me de Dorrestijns Natuurgids die ik gewonnen had. Inmiddels heb ik hem bijna uit en kan ik zeggen, dat het een leerzame, maar vooral leuke gids is, vol met dit soort Dorrestijn verhalen. Niet alleen over vogels en andere dieren, maar ook over ontmoetingen met andere natuurliefhebbers, over vogelreizen, herinneringen aan vroeger, overpeinzingen en dromen, precies zoals hij ze in De Baardmannetjes zit te tikken. 

"Op de keper beschouwd ben ik een enorme mislukkeling. Ik kan werkelijk helemaal niets. Zelfs mijn hobby's moeten worden gezien als een grote knoeipartij. Mijn muziekleraar heeft mij van pianoles gestuurd. En bij het volgelen moet ik steeds aan mijn medevogelaars vragen waar we naar staan te kijken. Als ik echt zo'n grote mislukkeling ben, wat heeft u er dan aan om dit boek te lezen? Goeie vraag waar ik ook een erg goed antwoord op heb: De mensen kunnen van mij leren ook plezier te hebben van dingen die ze niet goed kunnen."

De gids is 300 pagina's dik. Verveelt dat niet? Zeker niet! Het is de afwisseling van bekende en onbekende dieren, van losse verhalen en uitgebreide jeugdherinneringen. Zo kan een Meerkoet een hilarisch zeilavontuur op de Westeinder Plassen opleveren van enkele pagina's. En dat alles in de bekende Dorrestijn stijl: mopperen, gespeeld melancholisch op het depressieve af, overdrijven, belevenissen duidelijk uit zijn duim zuigen (zoals de Lombokse Kruiskopspin) of er een hilarische draai aan geven. Het is precies die houding die hij langzaam wat liet varen toen hij langer met De Braadmannetjes bezig was. Een maniertje dat nu eenmaal zijn handelsmerk is, maar dat niet nodig bleek om samen met Nico de Haan een succesvol vogelprogramma te maken.

Ondertussen heb ik Dorrestijns Natuurgids dus bijna uit. Heb ik er wat van opgestoken? Vast wel. Maar meer nog dan dat, heb ik plezier beleefd aan zijn unieke manier van vertellen. Voor mijn verjaardag heb ik een verrekijker gevraagd. Daar mag van mij best nog Dorrestijns Vogelgids bij.

Hans Dorrestijn - Dorrestijns Natuurgids. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2010. Pb, 300pg., kleurenfoto's, reg., lit. lijst. ISBN:9789038893471

© Jannie Trouwborst, juli 2017. 

maandag 17 juli 2017

Tijdloos plezier, al drie generaties

We kregen min of meer een opdracht van Martha deze keer, voor vraag 29 van #50books (KLIK HIER).  En die luidt:

Ga eens voor je boekenkast staan en laat je ogen over de boeken glijden. Welk boek springt eruit en waarom?

Dat was even slikken als je een huis vol boekenkasten hebt. Waar moet je beginnen? Maar dan dringt tot me door wat Martha eigenlijk aan mij vraagt. Niet om serieus en weloverwogen uit al die boeken een boek kiezen met bijzondere eigenschappen. Maar om gewoon eens zonder vooropgezet plan te kijken wat er zomaar uit de boekenkast komt springen. Dus liet ik mijn ogen dwalen over de boeken in de dichtstbijzijnde boekenkast en ja hoor PATS! Niet het boek zelf sprong eruit, maar mijn oog viel erop. Ik neem aan dat dat ook goed is? Want ik wist meteen dat ik die moest hebben. Bij het zien van de rug van het dikke boek borrelden herinneringen op aan vervlogen tijden. Fijne herinneringen, dus dan klopt het gewoon.

Het gaat om Ziezo, de 347 kinderversjes van Annie M.G. Schmidt. Alle 11 versjesbundels zijn er in opgenomen. Met tekeningen van alle illustratoren die er ooit aan meewerkten. Dat forse boek dus, bijna 300 pg. Blijft nog over de vraag "waarom"?

Drie generaties hebben tijdens mijn leven van de versjes van Annie M.G. Schmidt genoten. Ikzelf vanaf een jaar of vijf. Het fluitketeltje (1950) en Dit is de spin Sebastiaan (1951) werden mij voorgelezen en ik ken er nog een aantal versjes van uit mijn hoofd. Uiteraard las ik ze ook weer voor aan mijn kinderen. Niet alleen de versjes, maar ook Jip en Janneke, Floddertje, Pluk van de Petteflat. Er kwam steeds meer bij en het bleef leuk. Ook onze jongste kleinkinderen (5 en 7) genieten inmiddels van de verhaaltjes en de versjes. Vooral Beertje Pippeloentje en Dikkertje Dap zijn favoriet. Zeker sinds ze een CD hebben voor in de auto met een aantal van de liedjes, gezongen door een kinderkoor.

Ik kocht het boek in 2006 toen wij oppas(groot)ouders werden voor onze oudste kleindochters. Die waren toen 4 en 6. Tussen de middag, bij de boterham las ik voor uit het grote, dikke boek. Het maakte niets uit dat sommige woorden een beetje gedateerd waren: "Tante Trui en Tante Toosje zaten op de "canapé"."  De meeste versjes zijn tijdloos en moeilijke woorden konden leuke gesprekjes opleveren. Hun woordenschat is in die tijd op een bijzondere manier vergroot. In elk geval genoten ze ervan en spoorden hun oma aan vooral dóór te eten, zodat ze weer voor kon lezen. We hebben er jaren plezier aan beleefd.

Het was een heerlijke tijd met die meiden dagelijks over de vloer. Dat komt allemaal weer naar boven als ik dat boek zie staan. En dat bedoelde Martha waarschijnlijk toen ze haar vraag formuleerde. Ja, dit springt er dus uit, omdat het mooie herinneringen oproept.

Gelukkig komen ze nog steeds langs, die oudste kleindochters. De oudste heeft een paar maanden gelden zonder 1 fout haar theorie-examen gehaald en zojuist, vlak na haar 17de verjaardag, in 1 keer haar rijbewijs. Kleine meisjes worden groot, maar gelukkig mag opa nu weer als oppasopa functioneren door haar het komende jaar tijdens haar ritjes als rijcoach te begeleiden. En misschien zingen ze dan onderweg nog wel eens een liedje van Annie M.G. Schmidt.....

© Jannie Trouwborst, juli 2017.

 Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van anderen. Wil je ook meedoen? Iedereen is vrij om de vragen te beantwoorden zoals hij of zij wil. Laat een link naar je eigen blog achter in de reacties onder het blog van Martha (KLIK HIER) of alleen je reactie. Zo kan iedereen lezen wat jij ervan vindt.